Naslag · Formules

Formules natuurkunde en scheikunde: overzicht met eenheden

Dit formuleblad zet de belangrijkste natuurkundige en scheikundige formules van havo, vwo en ASO bij elkaar, geordend per domein. Bij elke formule staat wat de symbolen betekenen, in welke SI-eenheden je ze invult en welk artikel de formule uitgebreid uitlegt met rekenvoorbeelden. Gebruik het als spiekbrief bij het leren, niet als vervanging van je BINAS of formulekaart.

Een formule is pas bruikbaar als je weet wat elk symbool betekent en in welke eenheid je het invult. Vrijwel alle fouten in toetsen ontstaan niet bij het rekenen, maar bij het kiezen van de verkeerde formule of het invullen van gram in plaats van kilogram. Daarom staat in elke tabel hieronder ook de eenheid. Wil je weten hoe grootheden en eenheden samenhangen, lees dan grootheid versus eenheid of het overzicht van SI-eenheden.

Formule energie: welke gebruik je?

Er bestaat niet één “formule voor energie”. Welke je nodig hebt, hangt af van de soort energie. De vijf die je het vaakst tegenkomt:

Ek = ½ · m · v²    Ez = m · g · h    E = P · t    Q = m · c · ΔT    E = m · c²
Ek
bewegingsenergie (kinetische energie), in J; m in kg, v in m/s
Ez
zwaarte-energie (potentiële energie), in J; h is de hoogte in m
E = P · t
energie die een apparaat met vermogen P (W) in tijd t (s) omzet
Q
warmte om een stof met soortelijke warmte c (J/(kg·K)) ΔT graden op te warmen
E = m · c²
massa-energie; hier is c de lichtsnelheid, 3,00 · 10⁸ m/s

Voorbeeld 1 — bewegingsenergie. Een auto van 1000 kg rijdt 72 km/h = 20 m/s. Ek = ½ × 1000 × 20² = 2,0 · 10⁵ J (200 kJ). Bij twee keer zo hard (144 km/h) is dat vier keer zoveel, want v staat in het kwadraat: daarom is de remweg dan ook ongeveer vier keer zo lang.

Voorbeeld 2 — zwaarte-energie. Iemand van 60 kg loopt een trap van 3,0 m op. Ez = 60 × 9,81 × 3,0 ≈ 1,8 · 10³ J.

Voorbeeld 3 — elektrische energie. Een waterkoker van 2000 W staat 3 minuten aan: E = 2000 × 180 = 3,6 · 10⁵ J = 0,10 kWh (1 kWh = 3,6 · 10⁶ J). Meer in arbeid en energie en elektrische energie en vermogen.

Formule zwaartekracht: Fz = m · g en de gravitatiewet

Voor voorwerpen op of vlak bij het aardoppervlak gebruik je Fz = m · g, met g = 9,81 m/s² (N/kg). Een persoon van 60 kg ondervindt een zwaartekracht van 60 × 9,81 ≈ 5,9 · 10² N. Op de maan (g = 1,62 m/s²) is dat maar 97 N, terwijl de massa gewoon 60 kg blijft — zie massa versus gewicht.

Voor grote afstanden, zoals tussen planeten, geldt de gravitatiewet van Newton: Fg = G · m₁ · m₂ / r², met G = 6,674 · 10⁻¹¹ N·m²/kg² en r de afstand tussen de middelpunten. Aarde (5,97 · 10²⁴ kg) en maan (7,35 · 10²² kg) op 3,84 · 10⁸ m afstand trekken elkaar aan met F = 6,674 · 10⁻¹¹ × 5,97 · 10²⁴ × 7,35 · 10²² / (3,84 · 10⁸)² ≈ 2,0 · 10²⁰ N. Beide formules hangen samen: vul je voor m₂ de aarde in en voor r de aardstraal (6,371 · 10⁶ m), dan vind je g = G · M / r² ≈ 9,8 m/s². Uitgebreid in zwaartekracht en vrije val.

Mechanica: beweging en kracht

Formules mechanica
GrootheidFormuleSymbolen en eenhedenUitleg
Gemiddelde snelheidv = Δs / Δtv in m/s, s (afstand) in m, t in ssnelheid
Versnellinga = Δv / Δta in m/s²versnelling
Eenparig versnelde beweging (vanuit stilstand)v = a · t   s = ½ · a · t²geldt alleen als a constant is en v₀ = 0vrije val
Tweede wet van NewtonFres = m · aF in N, m in kg, a in m/s²wetten van Newton
ZwaartekrachtFz = m · gg = 9,81 m/s² op aardezwaartekracht
GravitatiewetFg = G · m₁ · m₂ / r²G = 6,674 · 10⁻¹¹ N·m²/kg², r in mzwaartekracht
Veerkracht (wet van Hooke)Fv = C · uC veerconstante in N/m, u uitrekking in mkracht
Drukp = F / Ap in Pa (N/m²), A in m²druk
Druk in een vloeistofp = ρ · g · hρ in kg/m³, h diepte in mhydrostatische druk
Moment en hefboomwetM = F · r   F₁ · r₁ = F₂ · r₂M in N·m, r (arm) in mhefboom en moment
Impulsp = m · vp in kg·m/sbotsingen en impuls

Let op: de letter p staat zowel voor druk als voor impuls. Uit de context (pascal of kg·m/s) blijkt welke bedoeld is.

Energie, arbeid en vermogen

Formules energie
GrootheidFormuleSymbolen en eenhedenUitleg
ArbeidW = F · sW in J, F in N, s in m (kracht in de bewegingsrichting)arbeid
Kinetische energieEk = ½ · m · v²E in J, m in kg, v in m/senergie
Zwaarte-energieEz = m · g · hh in menergie
VermogenP = E / t = W / tP in W (J/s)watt
Energie uit vermogenE = P · tJ (W·s) of kWh (kW·h)vermogen
Rendementη = Enuttig / Ein × 100%ook met vermogens: Pnuttig / Pineerste hoofdwet
Massa-energieE = m · c²c = 3,00 · 10⁸ m/s, m in kgAlbert Einstein

Elektriciteit en magnetisme

Formules elektriciteit
GrootheidFormuleSymbolen en eenhedenUitleg
StroomsterkteI = Q / tI in A, Q (lading) in C, t in selektron
Wet van OhmU = I · RU in V, I in A, R in Ωwet van Ohm
Elektrisch vermogenP = U · I = I² · RP in Wvermogen
SerieschakelingRv = R₁ + R₂ + …I overal gelijk, U verdeelt zichserie en parallel
Parallelschakeling1 / Rv = 1 / R₁ + 1 / R₂ + …U overal gelijk, I verdeelt zichserie en parallel
Weerstand van een draadR = ρ · L / Aρ soortelijke weerstand in Ω·m, L in m, A in m²wet van Ohm
Lorentzkracht op een stroomdraadFL = B · I · LB in T, L in m (draad loodrecht op het veld)magneetvelden

Pas op met het symbool ρ: in R = ρ · L / A is het de soortelijke weerstand (Ω·m), in de mechanica en scheikunde is het de dichtheid (kg/m³).

Warmte en gassen

Formules warmte
GrootheidFormuleSymbolen en eenhedenUitleg
Temperatuur omrekenenT = t + 273,15T in K, t in °Ctemperatuur
OpwarmenQ = m · c · ΔTQ in J, c in J/(kg·K), ΔT in K of °Csoortelijke warmte
WarmtecapaciteitQ = C · ΔTC in J/K (van een heel voorwerp)stappenplan
Smelten / verdampenQ = m · LL smelt- of verdampingswarmte in J/kgfaseovergangen
WarmtegeleidingP = λ · A · ΔT / dλ in W/(m·K), d in mwarmtetransport
Eerste hoofdwetΔU = Q − WW = arbeid door het systeem verrichteerste hoofdwet
Algemene gaswetp · V = n · R · Tp in Pa, V in m³, n in mol, R = 8,314 J/(mol·K), T in Khoofdwetten

Trillingen, golven en optica

Formules golven en optica
GrootheidFormuleSymbolen en eenhedenUitleg
Frequentie en trillingstijdf = 1 / Tf in Hz, T in sgolven en trillingen
Golfsnelheidv = f · λλ (golflengte) in m; licht: c = 3,00 · 10⁸ m/sgolven
Massa-veersysteemT = 2π · √(m / C)m in kg, C in N/mtrillingen
SlingerT = 2π · √(ℓ / g)ℓ slingerlengte in mChristiaan Huygens
Breking (Snellius)sin i / sin r = ni en r ten opzichte van de normaal; n zonder eenheidbreking
Lenzenformule1 / f = 1 / v + 1 / bf brandpuntsafstand, v voorwerps-, b beeldafstand, alle in mlenzen
Vergroting en lenssterkteN = b / v   S = 1 / fS in dioptrie (dpt = m⁻¹)lenzen
Energie van een fotonE = h · f = h · c / λh = 6,626 · 10⁻³⁴ J·sgolf-deeltjedualiteit

In de lenzenformule staat v voor voorwerpsafstand, niet voor snelheid.

Kernfysica en straling

Formules kernfysica
GrootheidFormuleSymbolen en eenhedenUitleg
Radioactief vervalN(t) = N₀ · (½)t / t½N aantal kernen, t½ halveringstijd (zelfde eenheid als t)radioactief verval
ActiviteitA(t) = A₀ · (½)t / t½A in Bq (vervallen per seconde)halveringstijd
Massadefect en bindingsenergieΔE = Δm · c²Δm in kg; 1 u komt overeen met 931,5 MeVfissie vs fusie
StralingsdosisD = E / mD in Gy (J/kg), E geabsorbeerde stralingsenergieradioactiviteit

Scheikunde: mol, concentratie, dichtheid en pH

Formules scheikunde
GrootheidFormuleSymbolen en eenhedenUitleg
Aantal mol uit massan = m / Mn in mol, m in g, M (molaire massa) in g/molrekenen met de mol
Aantal deeltjesN = n · NANA = 6,022 · 10²³ mol⁻¹mol
Molariteit (concentratie)c = n / Vc in mol/L (M), V in Lmolariteit berekenen
Verdunnenc₁ · V₁ = c₂ · V₂hoeveelheid opgeloste stof blijft gelijkmolariteit
Dichtheidρ = m / Vkg/m³ of g/cm³ (1 g/cm³ = 1000 kg/m³)dichtheid bepalen
Molair volume gasV = n · VmVm = 22,4 L/mol (273 K, p₀); 24,5 L/mol (298 K, p₀)rekenen met de mol
pHpH = −log[H₃O⁺][H₃O⁺] in mol/L; omgekeerd [H₃O⁺] = 10−pHzuren en basen
pOHpOH = −log[OH⁻]   pH + pOH = 14,00de som 14,00 geldt bij 25 °CpH
Massapercentagemassa-% = mstof / mtotaal × 100%beide massa’s in dezelfde eenheidoplossing

Mini-voorbeeld. Je lost 5,85 g NaCl (M = 58,44 g/mol) op tot 250 mL. n = 5,85 / 58,44 = 0,100 mol; c = 0,100 / 0,250 = 0,400 mol/L. Een oplossing met [H₃O⁺] = 1,0 · 10⁻³ mol/L heeft pH = 3,00. De pH is logaritmisch: tien keer zoveel H₃O⁺ verlaagt de pH met precies 1.

Veelgebruikte constanten

Natuurconstanten (afgerond, BINAS-waarden)
ConstanteSymboolWaarde
Valversnelling (Nederland)g9,81 m/s²
GravitatieconstanteG6,674 · 10⁻¹¹ N·m²/kg²
Lichtsnelheid in vacuümc2,998 · 10⁸ m/s
Constante van Planckh6,626 · 10⁻³⁴ J·s
Elementaire ladinge1,602 · 10⁻¹⁹ C
Constante van AvogadroNA6,022 · 10²³ mol⁻¹
GasconstanteR8,314 J/(mol·K)
Standaarddrukp₀1,013 · 10⁵ Pa

Veelgestelde vragen

Wat is de formule voor energie?

Dat hangt af van de soort energie. Bewegingsenergie is Ek = ½ · m · v², zwaarte-energie is Ez = m · g · h, elektrische energie is E = P · t, warmte is Q = m · c · ΔT en massa-energie is E = m · c². Energie meet je in joule (J).

Wat is de formule voor zwaartekracht?

Bij het aardoppervlak is de zwaartekracht Fz = m · g, met g = 9,81 m/s². Voor de aantrekking tussen twee massa’s op afstand r geldt de gravitatiewet F = G · m₁ · m₂ / r², met G = 6,674 · 10⁻¹¹ N·m²/kg².

Wat zijn de belangrijkste natuurkundige formules?

Voor de onderbouw en het examen: v = s / t, F = m · a, Fz = m · g, p = F / A, W = F · s, Ek = ½ · m · v², Ez = m · g · h, P = E / t, U = I · R, P = U · I, Q = m · c · ΔT, ρ = m / V en v = f · λ.

Wat is de formule voor dichtheid?

Dichtheid is massa gedeeld door volume: ρ = m / V. Gebruik kg/m³ of g/cm³; water heeft een dichtheid van ongeveer 1,00 g/cm³ = 1000 kg/m³.

Hoe bereken je de pH?

Met pH = −log[H₃O⁺], waarbij [H₃O⁺] de concentratie oxoniumionen in mol/L is. Omgekeerd is [H₃O⁺] = 10−pH. Bij 25 °C geldt pH + pOH = 14,00.

Wat is het verschil tussen m, M en mol?

Kleine m is massa (in g of kg), hoofdletter M is molaire massa (in g/mol) en mol is de eenheid van de stofhoeveelheid n. Ze hangen samen via n = m / M.

Verder lezen