Naslag · Scheikunde

Het periodiek systeem

Het periodiek systeem der elementen rangschikt alle 118 bekende chemische elementen op stijgend atoomnummer. Dmitri Mendelejev presenteerde het in 1869. De rijen heten perioden en de kolommen groepen; elementen in dezelfde groep delen vergelijkbare chemische eigenschappen.

Klik op een element voor de eigenschappen, elektronenconfiguratie, toepassingen en weetjes van dat element.

Alkalimetalen Aardalkalimetalen Overgangsmetalen Hoofdgroep-metalen Metalloïden Niet-metalen Halogenen Edelgassen Lanthaniden Actiniden

Hoe lees je het systeem?

Elementen zijn gerangschikt op stijgend atoomnummer — het aantal protonen in de kern. Het atoomnummer staat linksboven in elk vakje. De rijen heten perioden (1 tot en met 7) en geven aan hoeveel elektronenschillen het atoom heeft. De kolommen heten groepen (1 tot en met 18) en bevatten elementen met vergelijkbare chemische eigenschappen, omdat ze hetzelfde aantal valentie-elektronen hebben. Het periodenummer lees je dus af aan de rij, het groepsnummer aan de kolom. Een uitgebreidere uitleg vind je bij elementen en groepen van het periodiek systeem.

Hoeveel elementen staan er in het periodiek systeem?

Het periodiek systeem telt 118 elementen: van waterstof (atoomnummer 1) tot en met oganesson (atoomnummer 118). Sinds 2016 hebben alle 118 een officiële naam van de IUPAC. Van die 118 komen er ongeveer 90 in de natuur voor (tot en met uranium, 92); de zwaardere zijn alleen kunstmatig gemaakt in deeltjesversnellers en kernreactoren. Tachtig elementen hebben minstens één stabiele isotoop; alle andere zijn radioactief.

Het periodiek systeem in getallen
Aantal elementen118
Aantal perioden (rijen)7
Aantal groepen (kolommen)18
Lichtste elementWaterstof (H, 1)
Zwaarste elementOganesson (Og, 118)
Gassen bij kamertemperatuur11 (H, He, N, O, F, Ne, Cl, Ar, Kr, Xe, Rn)
Vloeistoffen bij kamertemperatuur2 (broom en kwik)

Wat een element precies is: een stof die uit maar één soort atoom bestaat, dus uit atomen met hetzelfde aantal protonen.

Perioden van het periodiek systeem

Een periode is een horizontale rij. Er zijn 7 perioden. Het periodenummer vertelt hoeveel elektronenschillen een atoom heeft: kalium (K) staat in periode 4 en heeft vier schillen. Van links naar rechts in een periode neemt het atoomnummer steeds met één toe, en verandert het karakter van metaal naar niet-metaal.

De zeven perioden
PeriodeVan – totAantal elementen
1H (1) – He (2)2
2Li (3) – Ne (10)8
3Na (11) – Ar (18)8
4K (19) – Kr (36)18
5Rb (37) – Xe (54)18
6Cs (55) – Rn (86)32 (inclusief de lanthaniden)
7Fr (87) – Og (118)32 (inclusief de actiniden)

De lanthaniden en actiniden staan los onder de tabel om het schema niet extreem breed te maken, maar ze horen bij periode 6 en 7.

Groepen van het periodiek systeem

Een groep is een verticale kolom. Er zijn 18 groepen, genummerd van links naar rechts. Elementen in dezelfde groep hebben evenveel elektronen in de buitenste schil (valentie-elektronen) en gedragen zich daardoor chemisch vergelijkbaar. In oudere Nederlandse en Vlaamse lesboeken zie je soms nog de nummering met Romeinse cijfers (I tot en met VIII) voor de hoofdgroepen.

Groepen, namen en valentie-elektronen
GroepNaamVoorbeeldenValentie-elektronen
1Alkalimetalen (plus waterstof)Li, Na, K1
2AardalkalimetalenMg, Ca, Ba2
3–12OvergangsmetalenFe, Cu, Ag, Auwisselend
13BoorgroepB, Al3
14KoolstofgroepC, Si, Sn, Pb4
15StikstofgroepN, P5
16Zuurstofgroep (chalcogenen)O, S6
17HalogenenF, Cl, Br, I7
18EdelgassenHe, Ne, Ar8 (helium: 2)

Hoe zie je hoeveel protonen en elektronen een atoom heeft?

Dat lees je af aan het atoomnummer (het getal in het vakje):

  • Protonen = atoomnummer. Zuurstof heeft atoomnummer 8, dus 8 protonen.
  • Elektronen = atoomnummer, zolang het atoom neutraal is. Een zuurstofatoom heeft dus ook 8 elektronen. Bij een ion corrigeer je voor de lading: Na⁺ heeft 11 − 1 = 10 elektronen, Cl⁻ heeft 17 + 1 = 18 elektronen.
  • Neutronen = massagetal − atoomnummer. Koolstof-12 heeft 12 − 6 = 6 neutronen, koolstof-14 heeft er 8.
  • Elektronenschillen = periodenummer; valentie-elektronen volgen uit het groepsnummer (groep 1–2: gelijk aan het groepsnummer, groep 13–18: groepsnummer min 10).

Meer over de bouw van een atoom lees je bij atoomstructuur.

Wat betekent valentie?

De valentie (of covalentie) van een atoom is het aantal bindingen dat het atoom normaal gesproken vormt. Die volgt uit het aantal elektronen dat een atoom nog nodig heeft voor een volle buitenste schil (de octetregel). Waterstof heeft valentie 1, zuurstof 2, stikstof 3 en koolstof 4 — daarom is water H₂O en methaan CH₄. Edelgassen hebben al een volle schil en vormen vrijwel geen bindingen. Let op het verschil: valentie-elektronen zijn de elektronen in de buitenste schil; de valentie is het aantal bindingen.

Een element opzoeken op atoomnummer (bijvoorbeeld 27 en 36)

Zoek je welk element bij een getal hoort, zoek dan het vakje met dat atoomnummer: de nummers lopen van links naar rechts en daarna door op de volgende rij. Twee veelgezochte voorbeelden:

  • Element 27 is kobalt (Co) — een overgangsmetaal in periode 4, groep 9, met 27 protonen. Kobalt wordt gebruikt in accu's, magneten en in blauw pigment.
  • Element 36 is krypton (Kr) — een edelgas in periode 4, groep 18, met 36 protonen. Krypton sluit periode 4 af.

In de volledige lijst hieronder vind je elk element op nummer, met periode, groep en categorie.

Alle 118 elementen met Nederlandse naam

De symbolen zijn internationaal, maar de namen niet. In het Nederlands zeg je waterstof (Engels: hydrogen), koolstof (carbon), stikstof (nitrogen), zuurstof (oxygen), zwavel (sulfur), ijzer (iron), koper (copper), zilver (silver), goud (gold), lood (lead) en kwik (mercury). Veel symbolen komen uit het Latijn: Fe van ferrum, Cu van cuprum, Ag van argentum, Au van aurum, Pb van plumbum, Hg van hydrargyrum, Na van natrium en K van kalium.

Toon de volledige lijst van alle 118 elementen
Alle elementen op atoomnummer (f-blok = lanthaniden en actiniden)
Nr.SymboolNaamPeriodeGroepCategorie
1HWaterstof11Niet-metaal
2HeHelium118Edelgas
3LiLithium21Alkalimetaal
4BeBeryllium22Aardalkalimetaal
5BBoor213Metalloïde
6CKoolstof214Niet-metaal
7NStikstof215Niet-metaal
8OZuurstof216Niet-metaal
9FFluor217Halogeen
10NeNeon218Edelgas
11NaNatrium31Alkalimetaal
12MgMagnesium32Aardalkalimetaal
13AlAluminium313Hoofdgroep-metaal
14SiSilicium314Metalloïde
15PFosfor315Niet-metaal
16SZwavel316Niet-metaal
17ClChloor317Halogeen
18ArArgon318Edelgas
19KKalium41Alkalimetaal
20CaCalcium42Aardalkalimetaal
21ScScandium43Overgangsmetaal
22TiTitanium44Overgangsmetaal
23VVanadium45Overgangsmetaal
24CrChroom46Overgangsmetaal
25MnMangaan47Overgangsmetaal
26FeIJzer48Overgangsmetaal
27CoKobalt49Overgangsmetaal
28NiNikkel410Overgangsmetaal
29CuKoper411Overgangsmetaal
30ZnZink412Overgangsmetaal
31GaGallium413Hoofdgroep-metaal
32GeGermanium414Metalloïde
33AsArseen415Metalloïde
34SeSeleen416Niet-metaal
35BrBroom417Halogeen
36KrKrypton418Edelgas
37RbRubidium51Alkalimetaal
38SrStrontium52Aardalkalimetaal
39YYttrium53Overgangsmetaal
40ZrZirkonium54Overgangsmetaal
41NbNiobium55Overgangsmetaal
42MoMolybdeen56Overgangsmetaal
43TcTechnetium57Overgangsmetaal
44RuRuthenium58Overgangsmetaal
45RhRhodium59Overgangsmetaal
46PdPalladium510Overgangsmetaal
47AgZilver511Overgangsmetaal
48CdCadmium512Overgangsmetaal
49InIndium513Hoofdgroep-metaal
50SnTin514Hoofdgroep-metaal
51SbAntimoon515Metalloïde
52TeTelluur516Metalloïde
53IJood517Halogeen
54XeXenon518Edelgas
55CsCesium61Alkalimetaal
56BaBarium62Aardalkalimetaal
57LaLanthaan6f-blokLanthanide
58CeCerium6f-blokLanthanide
59PrPraseodymium6f-blokLanthanide
60NdNeodymium6f-blokLanthanide
61PmPromethium6f-blokLanthanide
62SmSamarium6f-blokLanthanide
63EuEuropium6f-blokLanthanide
64GdGadolinium6f-blokLanthanide
65TbTerbium6f-blokLanthanide
66DyDysprosium6f-blokLanthanide
67HoHolmium6f-blokLanthanide
68ErErbium6f-blokLanthanide
69TmThulium6f-blokLanthanide
70YbYtterbium6f-blokLanthanide
71LuLutetium6f-blokLanthanide
72HfHafnium64Overgangsmetaal
73TaTantaal65Overgangsmetaal
74WWolfraam66Overgangsmetaal
75ReRenium67Overgangsmetaal
76OsOsmium68Overgangsmetaal
77IrIridium69Overgangsmetaal
78PtPlatina610Overgangsmetaal
79AuGoud611Overgangsmetaal
80HgKwik612Overgangsmetaal
81TlThallium613Hoofdgroep-metaal
82PbLood614Hoofdgroep-metaal
83BiBismut615Hoofdgroep-metaal
84PoPolonium616Hoofdgroep-metaal
85AtAstaat617Halogeen
86RnRadon618Edelgas
87FrFrancium71Alkalimetaal
88RaRadium72Aardalkalimetaal
89AcActinium7f-blokActinide
90ThThorium7f-blokActinide
91PaProtactinium7f-blokActinide
92UUranium7f-blokActinide
93NpNeptunium7f-blokActinide
94PuPlutonium7f-blokActinide
95AmAmericium7f-blokActinide
96CmCurium7f-blokActinide
97BkBerkelium7f-blokActinide
98CfCalifornium7f-blokActinide
99EsEinsteinium7f-blokActinide
100FmFermium7f-blokActinide
101MdMendelevium7f-blokActinide
102NoNobelium7f-blokActinide
103LrLawrencium7f-blokActinide
104RfRutherfordium74Overgangsmetaal
105DbDubnium75Overgangsmetaal
106SgSeaborgium76Overgangsmetaal
107BhBohrium77Overgangsmetaal
108HsHassium78Overgangsmetaal
109MtMeitnerium79Overgangsmetaal
110DsDarmstadtium710Overgangsmetaal
111RgRoentgenium711Overgangsmetaal
112CnCopernicium712Overgangsmetaal
113NhNihonium713Hoofdgroep-metaal
114FlFlerovium714Hoofdgroep-metaal
115McMoscovium715Hoofdgroep-metaal
116LvLivermorium716Hoofdgroep-metaal
117TsTennessine717Halogeen
118OgOganesson718Edelgas

Belangrijke groepen

  • Groep 1 — alkalimetalen (Li, Na, K…): zacht, reactief, vormen graag eenwaardige positieve ionen.
  • Groep 2 — aardalkalimetalen (Be, Mg, Ca…): minder reactief dan groep 1, maar nog steeds metallisch.
  • Groepen 3–12 — overgangsmetalen: typische metalen met meerdere oxidatietoestanden. Onder andere ijzer, koper, goud.
  • Groep 17 — halogenen (F, Cl, Br, I): zeer reactief, vormen graag eenwaardige negatieve ionen.
  • Groep 18 — edelgassen (He, Ne, Ar…): chemisch zeer inert; volle buitenste elektronenschil. Lees meer over de edelgassen.

Groepen 13 tot en met 16 dragen geen aparte naam als groep, maar bevatten bekende elementen als boor, koolstof, stikstof en zuurstof. In deze groepen zie je de overgang van metalen (links en onderaan) via metalloïden naar niet-metalen (rechts en bovenaan).

Een korte geschiedenis

De Russische chemicus Dmitri Mendelejev publiceerde in 1869 het eerste bruikbare periodiek systeem. Hij ordende de toen bekende elementen op atoommassa, liet bewust gaten open voor nog niet ontdekte elementen, en voorspelde hun eigenschappen — onder andere voor gallium en germanium. Beide werden binnen vijftien jaar gevonden, precies zoals Mendelejev had voorspeld.

Het zwaarste tot nu toe aangetoonde element is oganesson (Og, 118), voor het eerst gemaakt in 2002 in een laboratorium in Dubna (Rusland). De huidige IUPAC-tabel uit 2024 telt 118 elementen.

Veelgestelde vragen over het periodiek systeem

Hoeveel elementen zijn er in het periodiek systeem?

Het periodiek systeem telt 118 elementen, van waterstof (1) tot oganesson (118). Daarvan komen er ongeveer 90 in de natuur voor; de overige zijn alleen kunstmatig in laboratoria gemaakt. Element 118 is het zwaarste dat tot nu toe is aangetoond.

Wat zijn de groepen van het periodiek systeem?

De achttien verticale kolommen heten groepen. Elementen in dezelfde groep hebben hetzelfde aantal valentie-elektronen en daardoor vergelijkbare eigenschappen. Bekende groepen zijn de alkalimetalen (groep 1), aardalkalimetalen (groep 2), halogenen (groep 17) en edelgassen (groep 18). Zie elementen en groepen voor een volledig overzicht.

Wat betekent het periodenummer?

Het periodenummer is het nummer van de horizontale rij (1 tot en met 7) en komt overeen met het aantal elektronenschillen van het atoom. Natrium staat in periode 3 en heeft dus drie schillen; waterstof en helium staan in periode 1 en hebben er één.

Wat staat er in een vakje van het periodiek systeem?

Elk vakje toont het atoomnummer (aantal protonen), het elementsymbool van één of twee letters en de naam van het element. In uitgebreidere versies staat ook de atoommassa vermeld. De kleur geeft de categorie aan, zoals overgangsmetaal of niet-metaal. Meer hierover bij atoomstructuur.

Wie heeft het periodiek systeem bedacht?

De Russische chemicus Dmitri Mendelejev publiceerde in 1869 de eerste bruikbare versie. Hij liet gaten open voor nog onbekende elementen en voorspelde hun eigenschappen — voorspellingen die later uitkwamen.

Hoe zie je in het periodiek systeem hoeveel protonen en elektronen een atoom heeft?

Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen. In een neutraal atoom is het aantal elektronen gelijk aan het aantal protonen, dus ook gelijk aan het atoomnummer. Het aantal neutronen is het massagetal min het atoomnummer.

Wat betekent valentie?

De valentie is het aantal bindingen dat een atoom meestal vormt: waterstof 1, zuurstof 2, stikstof 3 en koolstof 4. Het hangt af van hoeveel elektronen het atoom mist voor een volle buitenste schil. Zie ook valentie.

Welke elementen hebben atoomnummer 27 en 36?

Element 27 is kobalt (Co), een overgangsmetaal. Element 36 is krypton (Kr), een edelgas. Beide staan in periode 4.

Hoeveel perioden en groepen heeft het periodiek systeem?

Het periodiek systeem heeft 7 perioden (horizontale rijen) en 18 groepen (verticale kolommen).

Lees meer