Pijlerartikel · Chemische reacties

Zuren en basen

Een zuur is een stof die een waterstofion (H⁺) kan afgeven; een base is een stof die er een kan opnemen. Wanneer zuur en base reageren, vormt zich een zout en water — een neutralisatie. De sterkte van een zuur of base zegt iets over hoe makkelijk dat afgeven of opnemen gaat. De pH-schaal maakt dat zichtbaar in een getal.

Drie definities

  • Arrhenius (1884): zuren leveren H⁺ in water, basen leveren OH⁻.
  • Brønsted-Lowry (1923): zuren doneren H⁺, basen accepteren H⁺.
  • Lewis: zuren accepteren een elektronenpaar, basen doneren er een.

De drie definities zijn opeenvolgende verbreedingen; voor schoolscheikunde volstaat meestal Brønsted-Lowry.

De pH-schaal

De pH meet hoe zuur of basisch een oplossing is, op een schaal van 0 tot 14:

  • pH < 7: zuur (lager = sterker zuur)
  • pH = 7: neutraal (zuiver water)
  • pH > 7: basisch (hoger = sterker base)

De schaal is logaritmisch: pH 4 is tien keer zuurder dan pH 5, en honderd keer zuurder dan pH 6. Maagsap: pH ≈ 1,5. Citroensap: 2. Cola: 2,5. Bloed: 7,4. Bleekmiddel: 12.

Neutralisatie

Een zuur en base reageren tot zout en water:

HCl + NaOH → NaCl + H₂O

Dat is de basis voor maagzuurremmers, kalkoplossen met azijn en het ontzuren van bodem met kalk.

Bekende zuren en basen

ZurenBasen
zoutzuur (HCl)natriumhydroxide (NaOH)
zwavelzuur (H₂SO₄)kalkwater (Ca(OH)₂)
azijnzuur (CH₃COOH)ammoniak (NH₃)
citroenzuurbaksoda (NaHCO₃)

Verwante begrippen

Verder lezen