Symbolen: c = molariteit (mol/L), n = aantal mol, V = volume (L), m = massa (g), M = molaire massa (g/mol).
In vier stappen
-
Stap 1 — Molaire massa M opzoeken
Tel uit het periodiek systeem de atoommassa's bij elkaar op. Voor NaOH: 23 (Na) + 16 (O) + 1 (H) = 40 g/mol.
-
Stap 2 — Aantal mol n berekenen
Deel de gewogen massa door de molaire massa: n = m / M. Voor 8,0 g NaOH: n = 8,0 / 40 = 0,20 mol.
-
Stap 3 — Volume in liters
Zet het volume om naar liter. Een maatkolf van 250 mL → 0,250 L.
-
Stap 4 — Molariteit c berekenen
c = n / V. Voor ons voorbeeld: c = 0,20 / 0,250 = 0,80 mol/L ofwel 0,80 M.
Uitgewerkt voorbeeld
Veelgemaakte fouten
- Volume oplosmiddel vs. oplossing — de noemer is het uiteindelijke volume na oplossen, niet het volume water dat je toevoegt.
- mL niet omzetten naar L — wie 500 als V invult i.p.v. 0,500, krijgt een factor 1000 fout.
- Massa vs. mol verwarren — de teller is altijd in mol; reken eerst om.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen molariteit en molaliteit?
Molariteit is mol per liter oplossing; molaliteit is mol per kilogram oplosmiddel. Bij geringe concentraties of bij water als oplosmiddel verschillen ze nauwelijks.
Wat betekent een "1 molair" oplossing?
Een oplossing met een molariteit van 1 mol/L. Vaak geschreven als 1 M.