Wat is een orgaan?
Een orgaan is een afgebakend deel van het lichaam dat uit verschillende weefsels bestaat en een specifieke taak uitvoert. Het hart bijvoorbeeld bestaat uit hartspierweefsel, bindweefsel, zenuwweefsel en een binnenbekleding van epitheel, maar vormt samen één pomp. Organen die samenwerken aan één hoofdfunctie heten een orgaanstelsel.
De anatomie van het menselijk lichaam kent daarmee vier organisatieniveaus: cel → weefsel → orgaan → orgaanstelsel. Het lichaam van een volwassene bestaat uit zo'n 37 biljoen cellen, tientallen organen en elf orgaanstelsels.
De elf orgaanstelsels in een tabel
Onderstaande tabel geeft alle stelsels van het lichaam met hun organen en hoofdfunctie. Sommige organen horen bij meer dan één stelsel: de alvleesklier maakt zowel verteringssappen (spijsvertering) als insuline (hormoonstelsel).
| Stelsel | Belangrijkste organen | Hoofdfunctie |
|---|---|---|
| Bloedsomloop | Hart, slagaders, aders, haarvaten, bloed | Vervoer van zuurstof, voedingsstoffen, hormonen en afvalstoffen |
| Ademhalingsstelsel | Neus, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, longen, middenrif | Zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven |
| Spijsverteringsstelsel | Mond, slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm, lever, galblaas, alvleesklier | Voedsel afbreken en voedingsstoffen opnemen |
| Uitscheidingsstelsel | Nieren, urineleiders, blaas, urinebuis | Bloed filteren, afvalstoffen en overtollig water verwijderen |
| Zenuwstelsel | Hersenen, ruggenmerg, zenuwen, zintuigen | Prikkels waarnemen, verwerken en het lichaam aansturen |
| Hormoonstelsel | Hypofyse, schildklier, bijnieren, alvleesklier (eilandjes van Langerhans), eierstokken, zaadballen | Regeling via hormonen in het bloed |
| Skelet | 206 botten, kraakbeen, gewrichten, banden | Steun, bescherming, beweging, aanmaak van bloedcellen |
| Spierstelsel | Ruim 600 skeletspieren, pezen | Beweging, houding, warmteproductie |
| Afweer- en lymfestelsel | Beenmerg, thymus, milt, lymfeklieren, amandelen, witte bloedcellen | Verdediging tegen ziekteverwekkers, vochtafvoer |
| Voortplantingsstelsel | Vrouw: eierstokken, eileiders, baarmoeder, vagina. Man: zaadballen, zaadleiders, prostaat, penis | Geslachtscellen en hormonen maken, voortplanting |
| Huid (bedekkend stelsel) | Opperhuid, lederhuid, haar, nagels, zweet- en talgklieren | Bescherming, temperatuurregeling, gevoel |
De belangrijkste organen één voor één
Hart
Het hart is een holle spier van ongeveer 300 gram, zo groot als een vuist, die tussen de longen ligt. Het heeft vier ruimtes: twee boezems en twee kamers. De rechterhelft pompt zuurstofarm bloed naar de longen, de linkerhelft zuurstofrijk bloed naar de rest van het lichaam. Kernfeit: in rust pompt het hart zo'n 5 liter bloed per minuut en het klopt ongeveer 100 000 keer per dag. Meer in de bloedsomloop.
Longen
De twee longen vullen het grootste deel van de borstholte. De rechterlong heeft drie kwabben, de linker twee (om ruimte te laten voor het hart). Via de luchtpijp en bronchiën komt lucht in honderden miljoenen longblaasjes, waar zuurstof het bloed in gaat en koolstofdioxide eruit. Kernfeit: het totale oppervlak van de longblaasjes is ongeveer 70 m², een flink deel van een tennisbaan. Zie het ademhalingsstelsel.
Hersenen
De hersenen wegen bij een volwassene ongeveer 1,3 tot 1,4 kilo en bestaan uit de grote hersenen, de kleine hersenen en de hersenstam. Ze verwerken zintuiglijke informatie, sturen spieren aan en zijn de zetel van denken, geheugen en emotie. Kernfeit: de hersenen bevatten zo'n 86 miljard neuronen en gebruiken ongeveer 20 procent van alle energie van het lichaam, terwijl ze maar 2 procent van het gewicht uitmaken. Zie het zenuwstelsel.
Lever
De lever ligt rechtsboven in de buikholte, onder het middenrif, en is met ongeveer 1,5 kilo het grootste inwendige orgaan. Hij maakt gal voor de vetvertering, slaat glucose op als glycogeen, breekt giftige stoffen en alcohol af en maakt bloedeiwitten en stollingsfactoren. Kernfeit: de lever kan zich herstellen; na verwijdering van meer dan de helft groeit het resterende deel binnen enkele maanden bijna terug tot de oorspronkelijke grootte.
Nieren
De twee boonvormige nieren liggen links en rechts van de wervelkolom, ter hoogte van de onderste ribben. Elke nier weegt zo'n 150 gram en bevat ongeveer een miljoen filtereenheden (nefronen). Ze regelen de water- en zouthuishouding, de bloeddruk en de zuurgraad van het bloed. Kernfeit: de nieren filteren per dag ongeveer 180 liter voorurine uit het bloed, waarvan 99 procent weer wordt teruggeresorbeerd; er blijft zo'n 1,5 liter urine over.
Maag en darmen
De maag is een gespierde zak die voedsel mengt met maagsap. Dat bevat zoutzuur (pH 1,5 tot 3,5) dat bacteriën doodt en het enzym pepsine dat eiwitten afbreekt. Daarna gaat de voedselbrij naar de dunne darm, ongeveer 6 meter lang, waar gal en alvleessap de vertering afmaken en voedingsstoffen via darmvlokken in het bloed worden opgenomen. De dikke darm (ongeveer 1,5 meter) onttrekt water aan wat overblijft. Kernfeit: in de dikke darm leven ongeveer evenveel bacteriën als het lichaam cellen heeft — zo'n 38 biljoen.
Alvleesklier en milt
De alvleesklier (pancreas) ligt achter de maag. Hij maakt verteringsenzymen voor de dunne darm én de hormonen insuline en glucagon, die de bloedsuikerspiegel regelen. Bij diabetes type 1 maakt hij geen insuline meer. De milt ligt linksboven in de buik, filtert het bloed, ruimt oude rode bloedcellen op en speelt een rol in de afweer. Kernfeit: je kunt zonder milt leven, maar bent dan vatbaarder voor bepaalde infecties.
Huid — het grootste orgaan
De huid is het grootste orgaan van het lichaam: bij een volwassene ongeveer 1,5 tot 2 m² groot en zo'n 3,5 tot 4 kilo zwaar (zonder onderhuids vet). Ze bestaat uit de opperhuid, de lederhuid en de onderhuid. De huid houdt ziekteverwekkers en uv-straling tegen, voorkomt uitdroging, regelt via zweet en doorbloeding de lichaamstemperatuur en bevat miljoenen zintuigcellen voor tast, druk, pijn en temperatuur. Kernfeit: de opperhuid vernieuwt zich ongeveer elke vier weken volledig.
Overige organen
- Blaas — slaat urine op; vanaf zo'n 200 tot 300 ml voel je aandrang, de capaciteit is ongeveer 400 tot 600 ml.
- Schildklier — vlindervormige klier in de hals die met schildklierhormoon de stofwisseling regelt.
- Galblaas — slaat gal uit de lever op en geeft die af na een vette maaltijd.
- Ogen en oren — zintuigorganen van het zenuwstelsel voor zien, horen en evenwicht.
- Baarmoeder en eierstokken / zaadballen — maken geslachtscellen via meiose en geslachtshormonen.
Hoe organen samenwerken
Geen orgaan werkt alleen. Neem een stuk brood: de spijsvertering breekt het zetmeel af tot glucose, de bloedsomloop vervoert die glucose, de alvleesklier maakt insuline zodat cellen hem kunnen opnemen, de longen leveren zuurstof voor de cellulaire ademhaling en de longen en nieren voeren de afvalstoffen weer af. Het zenuwstelsel en het hormoonstelsel stemmen alles op elkaar af. Dat evenwicht in het inwendige milieu heet homeostase.
Veelgestelde vragen
Welke organen heeft het menselijk lichaam?
De belangrijkste organen zijn het hart, de longen, de hersenen, de lever, de nieren, de maag, de dunne en dikke darm, de alvleesklier, de milt, de galblaas, de blaas, de schildklier, de geslachtsorganen en de huid. Ze horen bij elf orgaanstelsels.
Wat is het grootste orgaan van het menselijk lichaam?
De huid is het grootste orgaan: ongeveer 1,5 tot 2 m² groot en zo'n 3,5 tot 4 kilo zwaar. Het grootste inwendige orgaan is de lever, met een gewicht van ongeveer 1,5 kilo.
Hoeveel orgaanstelsels heeft de mens?
Meestal worden elf orgaanstelsels onderscheiden: bloedsomloop, ademhalingsstelsel, spijsverteringsstelsel, uitscheidingsstelsel, zenuwstelsel, hormoonstelsel, skelet, spierstelsel, afweer- en lymfestelsel, voortplantingsstelsel en de huid.
Wat is het verschil tussen een orgaan en een orgaanstelsel?
Een orgaan is één lichaamsdeel met een eigen taak, opgebouwd uit meerdere weefsels, zoals de maag. Een orgaanstelsel is een groep organen die samen één hoofdfunctie uitvoeren, zoals het spijsverteringsstelsel met mond, maag, darmen, lever en alvleesklier.
Zonder welke organen kun je leven?
Je kunt leven zonder milt, galblaas, blindedarm, één nier, één long, een deel van de lever en zelfs zonder maag of een groot deel van de darmen, al vraagt dat soms aanpassingen. Zonder hart, hersenen, lever of beide nieren kan een mens niet overleven zonder medische vervanging.
Wat is anatomie?
Anatomie is de wetenschap van de bouw van het lichaam: welke organen en weefsels er zijn, waar ze liggen en hoe ze eruitzien. Fysiologie beschrijft hoe die onderdelen werken. Samen vormen ze de basis van de geneeskunde.