Pijlerartikel · Anatomie

Ademhalingsstelsel: onderdelen, functie en werking

Het ademhalingsstelsel is het orgaanstelsel dat zuurstof uit de lucht in het bloed brengt en koolstofdioxide afvoert; het bestaat uit de luchtwegen (neus, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën) en de longen met de longblaasjes. Lucht stroomt via neus, keel, luchtpijp en steeds fijnere vertakkingen naar de longblaasjes, waar gassen door dunne wanden tussen lucht en bloed wisselen. Een volwassen mens ademt ongeveer 20.000 keer per dag — meestal zonder erbij na te denken.

Functie van het ademhalingsstelsel

Elke cel in je lichaam heeft zuurstof nodig voor de cellulaire ademhaling: daarbij wordt glucose met zuurstof afgebroken tot koolstofdioxide en water, en komt energie vrij in de vorm van ATP. Het ademhalingsstelsel zorgt dat die zuurstof binnenkomt en dat de CO₂ weer naar buiten gaat. Daarnaast heeft het nog andere taken:

  • Gaswisseling — zuurstof naar het bloed, koolstofdioxide eruit.
  • Lucht zuiveren en conditioneren — neus en luchtwegen filteren stof en ziekteverwekkers en maken de lucht warm en vochtig.
  • Geluid maken — de stembanden in het strottenhoofd trillen als er lucht langs stroomt.
  • Zuurgraad van het bloed regelen — door meer of minder CO₂ uit te ademen houdt het lichaam de pH van het bloed rond 7,4.
  • Ruiken — reukcellen bovenin de neusholte.

Onderdelen van het ademhalingsstelsel

Je verdeelt het ademhalingsstelsel meestal in de bovenste luchtwegen (neus, neusholte, keelholte en strottenhoofd) en de onderste luchtwegen (luchtpijp, bronchiën, bronchiolen en longblaasjes). Daarbij horen het middenrif en de tussenribspieren, die het ademen aandrijven.

Onderdelen van het ademhalingsstelsel en hun functie
OnderdeelLiggingFunctie
Neus en neusholteGezichtLucht filteren (neusharen, slijm), verwarmen en bevochtigen; ruiken
Keelholte (farynx)Achter neus en mondGedeelde doorgang voor lucht en voedsel
Strottenhoofd (larynx)Hals, boven de luchtpijpStembanden (geluid); strotklepje sluit de luchtpijp bij slikken
Luchtpijp (trachea)Hals en borstkasLucht naar de longen; kraakbeenringen houden hem open, trilhaartjes voeren slijm en stof af
BronchiënBorstkasTwee hoofdtakken die de lucht naar de linker- en rechterlong leiden
BronchiolenIn de longenFijne vertakkingen die de lucht over de hele long verdelen
Longblaasjes (alveoli)Uiteinden van de bronchiolenGasuitwisseling met het bloed in de haarvaten
LongenBorstholte, rond het hartBevatten de bronchiën, bronchiolen en longblaasjes; rechts drie longkwabben, links twee
Borstvlies (pleura)Rond de longen en tegen de borstwandTwee vliezen met vocht ertussen, zodat de longen de bewegingen van de borstkas volgen
Middenrif en tussenribspierenOnder de longen en tussen de ribbenBorstkas vergroten en verkleinen, waardoor lucht in- en uitstroomt

De route van de lucht

  1. Neus en mond — lucht wordt verwarmd, bevochtigd en gefilterd door neusharen en slijm.
  2. Keelholte (farynx) — kruispunt van adem- en spijsverteringskanaal.
  3. Strottenhoofd (larynx) — bevat de stembanden; de epiglottis sluit de luchtpijp af tijdens slikken.
  4. Luchtpijp (trachea) — open gehouden door kraakbeenringen.
  5. Bronchiën — twee hoofdtakken naar de longen.
  6. Bronchiolen — steeds fijnere vertakkingen tot ongeveer 0,5 mm dik.
  7. Longblaasjes (alveoli) — ongeveer 300 miljoen kleine bolletjes; samen 70-100 m² oppervlak.

Gasuitwisseling

De wand van een alveolus is ongeveer 0,5 µm dik — dunner dan een vel papier. Daar omheen ligt een dicht netwerk van haarvaten. Zuurstof diffundeert van de longblaasjes (hoge O₂-concentratie) naar het bloed (lage); koolstofdioxide gaat de andere kant op. De drijvende kracht is altijd het concentratieverschil — geen actief transport nodig.

De mechanica van ademen

De longen hebben zelf geen spieren; ze worden passief op- en leeggepompt door drukverschillen die het middenrif en de tussenribspieren creëren:

  • Inademing — middenrif trekt naar beneden, ribben omhoog → borstkas wordt groter → druk in de longen daalt → lucht stroomt naar binnen.
  • Uitademing — middenrif ontspant, ribben omlaag → borstkas kleiner → druk stijgt → lucht stroomt naar buiten.

Aansturing

Het ademcentrum in de hersenstam meet vooral het CO₂-gehalte van het bloed (niet zozeer de O₂). Stijgt CO₂ — bijvoorbeeld tijdens inspanning — dan stuurt het centrum signalen om sneller en dieper te ademen. Daarom raak je buiten adem bij sporten: niet door zuurstoftekort, maar door CO₂-overschot.

Ademhaling in cijfers

Kengetallen voor een gezonde volwassene in rust
Ademfrequentie12–20 keer per minuut
Ademvolume per teugongeveer 0,5 liter
Vitale capaciteit (maximaal uitademen na maximaal inademen)ongeveer 4–5 liter
Totale longinhoudongeveer 6 liter
Restvolume (blijft altijd in de longen)ongeveer 1–1,5 liter
Aantal longblaasjesongeveer 300 miljoen

Verwante begrippen

Veelgestelde vragen over het ademhalingsstelsel

Wat is het ademhalingsstelsel?

Het ademhalingsstelsel is het orgaanstelsel dat zuurstof uit de lucht opneemt in het bloed en koolstofdioxide afvoert. Het bestaat uit de luchtwegen en de longen.

Uit welke onderdelen bestaat het ademhalingsstelsel?

Neus en neusholte, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, bronchiolen en longblaasjes, samen met de longen, het borstvlies en de ademhalingsspieren (middenrif en tussenribspieren).

Wat is de functie van het ademhalingsstelsel?

De hoofdfunctie is gaswisseling: zuurstof naar het bloed brengen voor de cellulaire ademhaling en koolstofdioxide afvoeren. Daarnaast filtert het de lucht, maakt het geluid mogelijk en helpt het de pH van het bloed te regelen.

Waar vindt de gasuitwisseling plaats?

In de longblaasjes (alveoli). Zuurstof en koolstofdioxide gaan daar door diffusie door de dunne wand tussen longblaasje en haarvaten.

Hoe werkt inademen?

Het middenrif spant aan en zakt, en de tussenribspieren tillen de ribben op. De borstholte wordt groter, de druk in de longen daalt en lucht stroomt naar binnen. Bij uitademen gebeurt het omgekeerde.

Wat is het verschil tussen ademhaling en cellulaire ademhaling?

Ademhaling (ventilatie) is het in- en uitstromen van lucht in de longen. Cellulaire ademhaling is het proces in de cellen waarbij glucose met zuurstof wordt afgebroken tot CO₂ en water om energie (ATP) te maken.

Verder lezen