Alle artikelen over het menselijk lichaam
Wat is anatomie? Anatomie en fysiologie
Het woord anatomie komt van het Griekse anatomè, ‘opensnijden’; het Nederlandse woord is ontleedkunde. Lange tijd leerden artsen het lichaam alleen kennen door het te ontleden. De Vlaamse arts Andreas Vesalius publiceerde in 1543 het eerste moderne anatomieboek, gebaseerd op eigen ontledingen van mensen. Tegenwoordig maken röntgen, echo, ct en mri de anatomie zichtbaar zonder snijden.
Anatomie en fysiologie horen bij elkaar, maar stellen andere vragen:
- Anatomie beschrijft de bouw: het hart heeft vier holtes en vier kleppen, de linkerkamer heeft de dikste wand.
- Fysiologie beschrijft de werking: hoe het hart samentrekt, waarom de linkerkamer meer druk moet leveren en hoe de hartslag wordt geregeld.
Het verband is een kernidee van de biologie: bouw past bij functie. De longblaasjes hebben een dunne wand en een enorm oppervlak, omdat gassen er snel doorheen moeten. Binnen de anatomie onderscheidt men verder de macroscopische anatomie (met het blote oog), de histologie (weefsels onder de microscoop) en de cytologie (cellen).
Organisatieniveaus: van cel tot organisme
Het lichaam is opgebouwd in niveaus, waarbij elk niveau bestaat uit eenheden van het niveau eronder:
- Cel: de kleinste levende eenheid, met organellen als onderdelen. Het lichaam telt ongeveer 37 biljoen cellen van meer dan 200 typen.
- Weefsel: een groep cellen met dezelfde bouw en functie. Er zijn vier hoofdtypen: dekweefsel (epitheel, bijvoorbeeld de opperhuid en de darmwand), bindweefsel (onder meer bot, kraakbeen, vet en bloed), spierweefsel (skeletspier, hartspier en glad spierweefsel) en zenuwweefsel.
- Orgaan: een deel van het lichaam met een eigen vorm en functie, opgebouwd uit meerdere weefsels. De maag bevat bijvoorbeeld slijmvlies (epitheel), glad spierweefsel, bindweefsel en zenuwen.
- Orgaanstelsel: organen die samen één hoofdtaak uitvoeren, zoals het spijsverteringsstelsel.
- Organisme: het complete, zelfstandig levende individu.
Onder de cel liggen nog de niveaus molecuul en atoom, boven het organisme de populatie en het ecosysteem. Toetsvragen vragen vaak om een voorbeeld per niveau: hartspiercel → hartspierweefsel → hart → bloedsomloop → mens.
De elf orgaanstelsels in één tabel
| Orgaanstelsel | Belangrijkste organen | Hoofdfunctie |
|---|---|---|
| Bloedsomloop (hart- en vaatstelsel) | hart, slagaders, aders, haarvaten, bloed | transport van zuurstof, voedingsstoffen, afvalstoffen, hormonen en warmte |
| Ademhalingsstelsel | neus, keelholte, strottenhoofd, luchtpijp, bronchiën, longen | zuurstof opnemen, koolstofdioxide afgeven |
| Spijsverteringsstelsel | mond, slokdarm, maag, dunne en dikke darm, lever, alvleesklier | voedsel verteren en voedingsstoffen opnemen |
| Uitscheidingsstelsel (urinewegen) | nieren, urineleiders, blaas, plasbuis | afvalstoffen uitscheiden, water- en zoutbalans regelen |
| Zenuwstelsel | hersenen, ruggenmerg, zenuwen, zintuigen | prikkels waarnemen, verwerken en snel reageren |
| Hormoonstelsel | hypofyse, schildklier, bijnieren, alvleesklier, geslachtsklieren | regeling via hormonen in het bloed |
| Afweersysteem en lymfestelsel | witte bloedcellen, lymfeknopen, milt, thymus, beenmerg | bescherming tegen ziekteverwekkers, terugvoer van weefselvocht |
| Skelet (beenderstelsel) | 206 botten, kraakbeen, gewrichten, banden | steun, bescherming, beweging (samen met spieren), aanmaak van bloedcellen in het beenmerg |
| Spierstelsel | ruim 600 skeletspieren met pezen | beweging, houding, warmteproductie |
| Huid (bedekkend stelsel) | huid, haren, nagels, zweet- en talgklieren | bescherming, temperatuurregeling, tastzin |
| Voortplantingsstelsel | eierstokken en baarmoeder, of zaadballen en penis | geslachtscellen maken via meiose, voortplanting |
Geen stelsel werkt alleen. Bij hardlopen versnellen het zenuwstelsel en het hormoon adrenaline de hartslag, de bloedsomloop voert extra zuurstof uit de longen naar de spieren, en de huid voert de geproduceerde warmte af door te zweten. Het overzicht van álle organen per stelsel, met ligging en kerngetal, staat in organen van het menselijk lichaam.
Anatomische houding en richtingstermen
Om ondubbelzinnig te beschrijven waar iets ligt, gaan artsen altijd uit van de anatomische houding: rechtop staand, gezicht naar voren, armen langs het lichaam met de handpalmen naar voren, voeten naast elkaar. ‘Links’ en ‘rechts’ zijn altijd die van de patiënt, niet van de kijker. Daarom staat op afbeeldingen de linkerlong rechts in beeld.
| Term | Betekenis | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Craniaal (superior) | naar het hoofd, boven | het hart ligt craniaal van het middenrif |
| Caudaal (inferior) | naar de voeten (letterlijk: staart), onder | de blaas ligt caudaal van de navel |
| Ventraal (anterior) | buikzijde, voor | het borstbeen ligt ventraal van het hart |
| Dorsaal (posterior) | rugzijde, achter | de nieren liggen dorsaal in de buik |
| Mediaal | naar de middenlijn | de grote teen ligt mediaal |
| Lateraal | van de middenlijn af, opzij | de oren liggen lateraal |
| Proximaal | dichter bij de romp (bij ledematen) | de elleboog is proximaal van de pols |
| Distaal | verder van de romp | de vingers zijn distaal van de pols |
| Oppervlakkig / diep | dicht bij of ver van het huidoppervlak | de huid ligt oppervlakkig van de spieren |
Voor doorsneden (zoals bij een ct- of mri-scan) gebruikt men drie lichaamsvlakken: het sagittale vlak verdeelt het lichaam in een linker- en rechterdeel (precies door het midden: het mediane vlak), het frontale of coronale vlak in een voor- en achterkant, en het transversale of horizontale vlak in een boven- en onderdeel.
Lichaamsholten
De inwendige organen liggen in holten die ze beschermen:
- Schedelholte: de hersenen; samen met het wervelkanaal (ruggenmerg) aan de rugzijde gelegen.
- Borstholte: omgeven door ribben en borstbeen. Bevat de longen, elk in een eigen borstvliesholte, en in het midden (het mediastinum) het hart in het hartzakje, de luchtpijp, de slokdarm en de grote bloedvaten.
- Buikholte: onder het middenrif (diafragma), de koepelvormige spier die borst- en buikholte scheidt. Bevat maag, lever, galblaas, milt, alvleesklier en darmen; de nieren liggen achter het buikvlies tegen de rugwand.
- Bekkenholte: omgeven door het bekken. Bevat de blaas, de endeldarm en de inwendige geslachtsorganen.
Kwadranten en regio’s van de buik
Om aan te geven waar buikpijn zit of waar een orgaan ligt, verdelen artsen de buik met twee lijnen door de navel, een verticale en een horizontale, in vier kwadranten:
| Kwadrant | Belangrijkste organen |
|---|---|
| Rechterbovenkwadrant (RBK) | grootste deel van de lever, galblaas, deel van de twaalfvingerige darm, rechternier |
| Linkerbovenkwadrant (LBK) | maag, milt, staart van de alvleesklier, linkernier |
| Rechteronderkwadrant (ROK) | blinde darm met wormvormig aanhangsel, begin van de dikke darm, rechtereierstok |
| Linkeronderkwadrant (LOK) | dalende dikke darm en S-vormige darm (sigmoïd), linkereierstok |
Een klassiek voorbeeld: pijn die rond de navel begint en daarna naar rechtsonder trekt, past bij een ontsteking van het wormvormig aanhangsel (in de volksmond ‘blindedarmontsteking’). Voor een fijnere indeling gebruikt men negen regio’s, gemaakt met twee verticale en twee horizontale lijnen: bovenaan het rechter- en linkerhypochondrium (onder de ribbenboog) met daartussen de maagstreek (epigastrium), in het midden de rechter- en linkerflank met de navelstreek, en onderaan de rechter- en linkerliesstreek met daartussen de onderbuik (hypogastrium).
Het menselijk lichaam in getallen
| Onderdeel | Getal |
|---|---|
| Cellen | ongeveer 37 biljoen (3,7 · 10¹³) |
| Botten | 206 (een pasgeborene heeft er ongeveer 300, die deels vergroeien) |
| Skeletspieren | ruim 600 |
| Bloed | ongeveer 5 liter; het hart slaat ruim 100 000 keer per dag |
| Neuronen in de hersenen | ongeveer 86 miljard; hersenen wegen ongeveer 1,4 kg |
| Longblaasjes | ongeveer 300 miljoen, samen 70–100 m² oppervlak |
| Huid | ongeveer 1,8 m²: het grootste orgaan |
| Lever | ongeveer 1,5 kg: het grootste inwendige orgaan |
| Nieren | filteren per dag ongeveer 180 liter voorurine, waarvan ongeveer 1,5 liter urine overblijft |
| Blijvende tanden en kiezen | 32 |
Het langste bot is het dijbeen, het kleinste de stijgbeugel in het middenoor, van ongeveer 3 millimeter. Een rekenvoorbeeld bij de hartslag: 70 slagen per minuut × 60 × 24 = 100 800 slagen per dag, en in tachtig jaar bijna 3 miljard.
Veelgestelde vragen
Wat is anatomie?
Anatomie, of ontleedkunde, is de wetenschap die de bouw van het lichaam beschrijft: welke organen en weefsels er zijn, waar ze liggen en hoe ze zijn opgebouwd. Fysiologie beschrijft hoe die delen werken.
Wat zijn de organisatieniveaus van het menselijk lichaam?
Cel, weefsel, orgaan, orgaanstelsel en organisme. Elk niveau bestaat uit eenheden van het niveau eronder, bijvoorbeeld hartspiercel, hartspierweefsel, hart, bloedsomloop, mens.
Welke stelsels zijn er in het lichaam?
Elf orgaanstelsels: bloedsomloop, ademhalingsstelsel, spijsverteringsstelsel, uitscheidingsstelsel, zenuwstelsel, hormoonstelsel, afweer- en lymfestelsel, skelet, spierstelsel, huid en voortplantingsstelsel.
Wat zijn de vier kwadranten van de buik?
Rechterbovenkwadrant (lever, galblaas), linkerbovenkwadrant (maag, milt), rechteronderkwadrant (blinde darm) en linkeronderkwadrant (dalende dikke darm). De grens wordt gevormd door een verticale en een horizontale lijn door de navel.
Wat is de anatomische houding?
Rechtop staand, gezicht naar voren, armen langs het lichaam met de handpalmen naar voren en de voeten naast elkaar. Alle richtingstermen gaan uit van deze houding, gezien vanuit de patiënt.
Hoeveel botten en spieren heeft een mens?
Een volwassene heeft 206 botten en ruim 600 skeletspieren. Een pasgeborene heeft ongeveer 300 botten, waarvan er een deel tijdens de groei vergroeit.