Pijlerartikel · Celbiologie

Celorganellen

Celorganellen zijn afgebakende structuren binnen een cel, elk met een eigen taak — vergelijkbaar met de organen in een lichaam. In een typische dierlijke of plantaardige cel werken ongeveer tien hoofdorganellen samen. Wie hun functies kent, begrijpt vrijwel alle basisprocessen van het leven.

Overzicht

De belangrijkste celorganellen
OrganelFunctieVoorkomen
CelkernBevat het DNA; bestuurt de cel.Alle eukaryote cellen
MitochondrionProduceert ATP via cellulaire ademhaling.Bijna alle eukaryote cellen
RibosoomMaakt eiwitten op basis van mRNA.Alle cellen, ook bacteriën
Endoplasmatisch reticulum (ER)Membraannetwerk voor eiwit- en lipidesynthese.Eukaryote cellen
Golgi-apparaatVerpakt en sorteert eiwitten voor transport.Eukaryote cellen
LysosoomBevat enzymen voor afbraak van afval.Vooral dierlijke cellen
ChloroplastVoert fotosynthese uit.Plantencellen, algen
VacuoleOpslag van water, voedingsstoffen of afval.Plantencellen (grote), dierlijke (kleine)
CelmembraanRegelt wat de cel in en uit gaat.Alle cellen
CelwandGeeft stevigheid (cellulose bij planten).Planten, schimmels, bacteriën

De celkern — het commandocentrum

De celkern bevat bijna al het DNA van de cel, omsloten door een dubbele kernmembraan met kernporiën. Binnen de kern zit de nucleolus, waar ribosomen worden gemaakt. Wanneer de cel een eiwit nodig heeft, kopieert de kern een stuk DNA als mRNA, dat naar het cytoplasma reist.

Het mitochondrion — de energiecentrale

Mitochondriën zetten glucose en zuurstof om in ATP, de energiemunt van de cel. Ze hebben een dubbele membraan; de binnenste is sterk geplooid (cristae) om het reactie-oppervlak te vergroten. Opmerkelijk: mitochondriën hebben hun eigen DNA en stammen waarschijnlijk af van een vroege bacterie die door een grotere cel werd opgenomen — de endosymbiosetheorie.

De eiwit-fabriek

Ribosomen lezen mRNA en koppelen aminozuren tot eiwitten. Een deel zit los in het cytoplasma; een ander deel zit op het ruwe endoplasmatisch reticulum. Vanuit het ER reist het nieuwe eiwit naar het Golgi-apparaat, dat het verpakt in blaasjes voor transport naar de juiste plek.

Plant versus dier

Plantencellen hebben drie extra organellen die dierlijke cellen niet hebben: een celwand (cellulose), chloroplasten (fotosynthese) en een grote centrale vacuole (waterregulatie en stevigheid). Dierlijke cellen daarentegen hebben centriolen voor celdeling die in planten ontbreken.

Verwante begrippen

Verder lezen