Pijlerartikel · Organische chemie

Koolwaterstoffen: van methaan tot benzine

Een koolwaterstof is een verbinding die uitsluitend uit koolstof- en waterstofatomen bestaat. Je deelt ze in naar het soort binding tussen de C-atomen: alkanen hebben alleen enkele bindingen, alkenen minstens één dubbele binding, alkynen een drievoudige binding en aromaten een benzeenring. Aardgas, lpg, benzine, diesel en kaarsvet zijn allemaal koolwaterstoffen.

Koolstof kan vier bindingen vormen en ketens en ringen van vrijwel onbeperkte lengte maken. Daardoor bestaan er miljoenen koolwaterstoffen, terwijl er maar twee elementen in zitten. Ze vormen het skelet van de hele organische chemie: vervang je in een koolwaterstof een H-atoom door bijvoorbeeld een OH-groep, dan krijg je een alcohol (zie functionele groepen). De belangrijkste bronnen zijn aardgas en aardolie, die ontstaan zijn uit resten van plankton en planten die miljoenen jaren onder hoge druk en temperatuur lagen.

Soorten koolwaterstoffen

De hoofdgroepen koolwaterstoffen
GroepKenmerkende bindingAlgemene formuleUitgangVoorbeeld
Alkanenalleen C–C (verzadigd)CₙH₂ₙ₊₂-aanpropaan C₃H₈
Alkenenminstens één C=CCₙH₂ₙ-eenetheen C₂H₄
Alkynenminstens één C≡CCₙH₂ₙ₋₂-ynethyn (acetyleen) C₂H₂
Cycloalkanenring met alleen C–CCₙH₂ₙcyclo…aancyclohexaan C₆H₁₂
Aromatenbenzeenring—-benzeenbenzeen C₆H₆, methylbenzeen (tolueen)

Verzadigd betekent dat elk C-atoom het maximale aantal H-atomen draagt; er zijn geen dubbele of drievoudige bindingen. Alkenen en alkynen zijn onverzadigd: ze kunnen nog atomen opnemen via een additiereactie. Een snelle manier om ze uit elkaar te houden is de broomwatertest: onverzadigde stoffen ontkleuren oranjebruin broomwater direct. Alle verschillen staan naast elkaar in alkanen versus alkenen.

Benzeen (C₆H₆) is een ring van zes C-atomen waarbij zes elektronen niet bij één binding horen, maar over de hele ring verspreid zitten (gedelokaliseerd). Daardoor is de ring extra stabiel en gedraagt benzeen zich niet als een gewoon alkeen. Benzeen is kankerverwekkend; in benzine is het gehalte daarom wettelijk beperkt.

Alkanen en de homologe reeks

De alkanen vormen een homologe reeks: elk volgend lid heeft één CH₂-groep meer. De eerste vier hebben historische namen (meth-, eth-, prop-, but-); vanaf vijf C-atomen komt de stam van het Griekse telwoord (pent-, hex-, hept-, oct-…).

De eerste tien onvertakte alkanen (kookpunten bij standaarddruk, afgerond)
NaamFormuleMolaire massa (g/mol)Kookpunt (°C)Fase bij 20 °CToepassing
MethaanCH₄16−162gashoofdbestanddeel aardgas
EthaanC₂H₆30−89gasgrondstof voor etheen
PropaanC₃H₈44−42gaslpg, terrasverwarmer, campinggas
ButaanC₄H₁₀58−0,5gasaansteker, lpg
PentaanC₅H₁₂7236vloeistofblaasmiddel voor piepschuim
HexaanC₆H₁₄8669vloeistofoplosmiddel, olie-extractie
HeptaanC₇H₁₆10098vloeistofbenzine; referentie octaangetal 0
OctaanC₈H₁₈114126vloeistofbenzine
NonaanC₉H₂₀128151vloeistofbenzine, kerosine
DecaanC₁₀H₂₂142174vloeistofkerosine (vliegtuigbrandstof)

Waarom stijgt het kookpunt? Alkaanmoleculen zijn apolair en houden elkaar alleen vast met vanderwaalskrachten. Die worden sterker naarmate een molecuul groter is en meer contactoppervlak heeft. Elke extra CH₂-groep verhoogt het kookpunt daarom met zo’n 20 tot 30 °C. Tot en met butaan zijn alkanen bij kamertemperatuur gasvormig, van pentaan tot ongeveer C₁₆ vloeibaar, en vanaf ongeveer zeventien C-atomen vast: paraffine of kaarsvet. Vertakte alkanen koken lager dan hun onvertakte isomeren met dezelfde formule (methylpropaan bij −12 °C tegen butaan bij −0,5 °C).

Eigenschappen. Alkanen lossen niet op in water, wel in andere apolaire stoffen, en ze zijn lichter dan water: hexaan heeft een dichtheid van ongeveer 0,66 g/cm³, daarom drijft benzine op een plas. Chemisch zijn ze vrij reactietraag. Ze verbranden goed, en onder invloed van licht kunnen ze met chloor of broom een substitutiereactie aangaan, waarbij een H-atoom wordt vervangen door een halogeenatoom (zie reactietypen).

Alkenen en alkynen volgen dezelfde stammen: etheen, propeen, buteen; ethyn, propyn. Etheen is de belangrijkste grondstof van de chemische industrie: via additiepolymerisatie wordt het polyetheen, het meest gemaakte plastic ter wereld (zie polymeren en plastics). Ethyn verbrandt met zuurstof in een vlam van ruim 3 000 °C en wordt gebruikt bij lassen en snijbranden.

Naamgeving volgens IUPAC in zes stappen

Elke koolwaterstof krijgt een systematische naam waarmee je de structuur kunt terugtekenen. Zo werkt het voor alkanen en alkenen:

  1. Zoek de langste ononderbroken koolstofketen. Die bepaalt de stamnaam (pent-, hex-…). Bij een alkeen moet de dubbele binding in de hoofdketen zitten.
  2. Bepaal de uitgang: -aan bij alleen enkele bindingen, -een bij een dubbele en -yn bij een drievoudige binding.
  3. Nummer de keten vanaf de kant die de dubbele of drievoudige binding het laagste nummer geeft; is die er niet, dan vanaf de kant die de zijgroepen de laagste nummers geeft.
  4. Benoem de zijgroepen (alkylgroepen): CH₃– is methyl, C₂H₅– is ethyl, C₃H₇– is propyl. Zet het plaatsnummer ervoor.
  5. Gelijke zijgroepen krijg je met di-, tri- of tetra-, met een plaatsnummer voor elke groep: 2,2-dimethyl.
  6. Zet verschillende zijgroepen alfabetisch (ethyl vóór methyl; di- en tri- tellen niet mee), en zet de plaats van de dubbele binding vlak voor de uitgang: but-2-een.
Uitgewerkte voorbeelden
StructuurRedeneringNaam
CH₃–CH(CH₃)–CH₂–CH₃langste keten 4 C, methyl op C2 (niet C3: van de andere kant tellen)2-methylbutaan
CH₃–C(CH₃)₂–CH₃keten 3 C, twee methylgroepen op C22,2-dimethylpropaan
CH₃–CH(C₂H₅)–CH₂–CH₂–CH₃de ethylgroep hoort bij de langste keten: die is 6 C lang, met methyl op C33-methylhexaan
CH₃–CH=CH–CH₂–CH₃5 C, dubbele binding begint bij C2pent-2-een
CH₂=CH–CH(CH₃)–CH₃4 C, dubbele binding op C1 krijgt voorrang bij het nummeren, methyl op C33-methylbut-1-een

Het derde voorbeeld is een klassieke examenval: wie de ‘zijtak’ C₂H₅ niet meetelt, komt op 2-ethylpentaan uit, maar de langste keten loopt door de ethylgroep heen.

Verbranding

Koolwaterstoffen zijn vooral brandstoffen. Bij volledige verbranding met genoeg zuurstof ontstaan alleen koolstofdioxide en water, en komt veel energie vrij:

CH₄ + 2 O₂ → CO₂ + 2 H₂O    C₃H₈ + 5 O₂ → 3 CO₂ + 4 H₂O    2 C₈H₁₈ + 25 O₂ → 16 CO₂ + 18 H₂O
methaan
verbrandingswarmte ongeveer 890 kJ per mol (aardgas in cv-ketel en fornuis)
tip
maak eerst C en H kloppend, O als laatste; kom je op een half O₂ uit, verdubbel dan alles (zie kloppend maken)

Bij te weinig zuurstof is de verbranding onvolledig. Dan ontstaan ook koolstofmonoxide (CO) en roet (C). CO is kleurloos, reukloos en zeer giftig, omdat het zich sterker aan hemoglobine bindt dan zuurstof; daarom hoort bij elke gasgestookte installatie een CO-melder. Een gele, roetende vlam wijst op onvolledige verbranding, een blauwe vlam op volledige.

Rekenvoorbeeld — CO₂ uit een propaanfles. Een fles van 10 kg propaan bevat 10 000 / 44 = 227 mol C₃H₈. Per mol propaan ontstaat 3 mol CO₂, dus 682 mol × 44 g/mol = 30 kg CO₂: drie keer zo zwaar als het gas zelf, omdat er zuurstof uit de lucht aan vast komt. Meer over deze aanpak in rekenen met de mol. Al die CO₂ komt uit koolstof die miljoenen jaren in de bodem zat, en versterkt het broeikaseffect. Methaan zelf is ook een krachtig broeikasgas: over honderd jaar gemeten ongeveer dertig keer zo sterk als CO₂ per kilogram.

Aardolie: destilleren en kraken

Ruwe aardolie is een mengsel van honderden koolwaterstoffen. In een raffinaderij wordt het eerst door gefractioneerde destillatie gescheiden op kookpunt: de olie wordt verhit tot ongeveer 400 °C en in een hoge toren condenseren de fracties op verschillende hoogtes.

Fracties van aardolie (ruwe indeling)
FractieKetenlengte (ongeveer)Gebruik
Raffinaderijgas / lpgC₁–C₄brandstof, grondstof
Benzine en naftaC₅–C₁₀autobrandstof, grondstof voor kraken
KerosineC₁₀–C₁₆vliegtuigbrandstof
Gasolie / dieselC₁₄–C₂₀diesel, huisbrandolie
Residulanger dan C₂₀stookolie, smeerolie, paraffine, bitumen

Er komt bij destillatie meer zware olie vrij dan de markt vraagt, en te weinig benzine en etheen. Daarom worden lange moleculen gekraakt: bij hoge temperatuur, vaak met een katalysator (zeoliet), breken ze in kleinere stukken. Daarbij ontstaan altijd ook alkenen, omdat er niet genoeg waterstof is om alle brokstukken te verzadigen:

C₁₀H₂₂ → C₈H₁₈ + C₂H₄
decaan
uit de kerosinefractie
octaan + etheen
benzinecomponent en grondstof voor plastic

Controleer: links 10 C en 22 H, rechts 8 + 2 = 10 C en 18 + 4 = 22 H. Kraken is een ontledingsreactie: één stof valt uiteen in meerdere. In de petrochemische industrie (onder andere in de Rotterdamse haven en in Antwerpen) wordt nafta met stoom gekraakt om etheen en propeen te maken, de bouwstenen van polyetheen en polypropeen.

Veelgestelde vragen

Wat is een koolwaterstof?

Een koolwaterstof is een verbinding die alleen uit koolstof- en waterstofatomen bestaat, zoals methaan (CH₄), propaan (C₃H₈) en benzeen (C₆H₆). Ze zijn de hoofdbestanddelen van aardgas en aardolie.

Wat zijn alkanen?

Alkanen zijn verzadigde koolwaterstoffen met alleen enkele bindingen tussen de C-atomen en de algemene formule CₙH₂ₙ₊₂. De reeks begint met methaan, ethaan, propaan en butaan. Hun naam eindigt op -aan.

Wat is het verschil tussen alkanen, alkenen en alkynen?

Alkanen hebben alleen enkele C–C-bindingen (CₙH₂ₙ₊₂), alkenen minstens één dubbele binding (CₙH₂ₙ) en alkynen minstens één drievoudige binding (CₙH₂ₙ₋₂). Alkenen en alkynen zijn onverzadigd en ontkleuren broomwater.

Waarom stijgt het kookpunt van alkanen met de ketenlengte?

Langere moleculen hebben meer contactoppervlak en daardoor sterkere vanderwaalskrachten tussen de moleculen. Er is meer energie nodig om ze los te maken, dus het kookpunt stijgt: van −162 °C voor methaan tot 174 °C voor decaan.

Wat ontstaat er bij de verbranding van koolwaterstoffen?

Bij volledige verbranding ontstaan koolstofdioxide en water. Bij te weinig zuurstof ontstaan ook het giftige koolstofmonoxide en roet.

Wat is kraken?

Kraken is het in stukken breken van lange koolwaterstofmoleculen tot kortere bij hoge temperatuur, vaak met een katalysator. Zo maakt men uit zware oliefracties benzine en alkenen zoals etheen, bijvoorbeeld C₁₀H₂₂ → C₈H₁₈ + C₂H₄.

Verder lezen