Van monomeer naar polymeer
Polymerisatie is de reactie waarbij vele monomeren aan elkaar koppelen. Twee typen:
- Additie-polymerisatie — monomeren met een C=C-binding (zoals etheen) koppelen zonder verlies van atomen. Resultaat: polyetheen (PE).
- Condensatie-polymerisatie — monomeren koppelen onder afsplitsing van een klein molecuul (vaak water). Resultaat: nylon, PET.
Drie hoofdgroepen
| Type | Gedrag | Voorbeeld |
|---|---|---|
| Thermoplast | Smelt bij verhitting; opnieuw vormbaar. | PE, PP, PET, PVC |
| Thermoharder | Hardt onomkeerbaar uit; smelt niet. | bakeliet, epoxy |
| Elastomeer | Veerkrachtig, rekbaar tot meervoudige lengte. | rubber, siliconen |
Bekende plastics
- PE (polyetheen) — folie, plastic tassen, melkflessen. Wereldwijd het meest geproduceerd.
- PP (polypropeen) — yoghurtbakjes, autobumpers, touw. Sterker en hittebestendiger dan PE.
- PVC (polyvinylchloride) — buizen, regenkleding, vloeren. Bevat chloor.
- PET (polyethyleentereftalaat) — frisdrankflessen, fleecekleding. Goed recyclebaar.
- PS (polystyreen) — bekertjes, isolatie (piepschuim).
Biopolymeren
Niet alle polymeren zijn synthetisch. Cellulose, eiwitten, DNA en zetmeel zijn natuurlijke polymeren met monomeren als suikers, aminozuren en nucleotiden. Nieuwe "bioplastics" zoals PLA (op basis van melkzuur uit mais) zijn wel synthetisch maar gemaakt uit hernieuwbare grondstoffen en deels afbreekbaar.