Overzicht
| Groep | Formule | Achtervoegsel | Voorbeeld |
|---|---|---|---|
| Alcohol | –OH | -ol | ethanol (C₂H₅OH) |
| Carbonzuur | –COOH | -zuur | azijnzuur (CH₃COOH) |
| Aldehyde | –CHO | -al | methanal (HCHO) |
| Keton | >C=O | -on | aceton ((CH₃)₂CO) |
| Ester | –COO– | -aat | ethylethanoaat |
| Ether | –O– | -ether | diethylether |
| Amine | –NH₂ | -amine | methylamine |
| Amide | –CONH₂ | -amide | aceetamide |
| Halogeen | –F, –Cl, –Br, –I | halo- | chloroform (CHCl₃) |
| Alkeen | C=C | -een | etheen (C₂H₄) |
| Alkyn | C≡C | -yn | ethyn (C₂H₂) |
| Aromaat | benzeenring | — | benzeen (C₆H₆) |
Waarom functionele groepen ertoe doen
De grote koolstofketen van een molecuul ("de rest") is meestal chemisch saai. De functionele groep is waar het gebeurt: daar zijn elektronen ongelijk verdeeld, daar zit een dubbele binding, daar kan een H⁺ vrijkomen. Daardoor bepaalt de groep:
- Reactiviteit — een alcohol reageert anders dan een carbonzuur.
- Oplosbaarheid — polaire groepen (–OH, –COOH) maken stoffen in water oplosbaar.
- Geur en smaak — esters ruiken vaak naar fruit; aminen vaak naar rotte vis.
- Naam — het achtervoegsel volgt de groep (ethaan → ethanol → ethaanzuur).
Typische reacties
- Alcohol → carbonzuur via oxidatie (bv. ethanol oxideert tot azijnzuur).
- Carbonzuur + alcohol → ester (verestering, bv. azijnzuur + ethanol → ethylethanoaat).
- Alkeen + H₂O → alcohol (additie).
- Amine + carbonzuur → amide (zoals bij de peptidebinding in eiwitten).