Begrippenlijst · R

Ribosoom

Een ribosoom is een klein deeltje in de cel dat eiwitten bouwt door de code van mRNA af te lezen en aminozuren aan elkaar te koppelen.

Een ribosoom bestaat uit twee subeenheden, een grote en een kleine, opgebouwd uit ribosomaal RNA (rRNA) en tientallen eiwitten. Het heeft geen membraan en is ongeveer 20–30 nanometer groot. De sleutelreactie, het vormen van de peptidebinding, wordt gekatalyseerd door het rRNA zelf: het ribosoom is een ribozym. Ribosomen worden in de nucleolus (kernlichaampje) in elkaar gezet.

Tijdens de translatie klemt het ribosoom een mRNA-molecuul tussen de subeenheden en schuift het er codon voor codon (drie basen) langs. Bij elk codon brengt een tRNA met het passende anticodon het juiste aminozuur mee. Het ribosoom koppelt dat aminozuur aan de groeiende keten en schuift door, tot een stopcodon het einde aangeeft. Per seconde worden zo ongeveer 2 tot 20 aminozuren toegevoegd. Meerdere ribosomen kunnen tegelijk hetzelfde mRNA aflezen (een polysoom).

Vrije ribosomen in het cytoplasma maken eiwitten voor gebruik in de cel zelf; ribosomen op het ruw endoplasmatisch reticulum maken eiwitten die worden uitgescheiden of in membranen terechtkomen, zoals insuline. Bacteriën hebben kleinere 70S-ribosomen, eukaryoten 80S (S staat voor de sedimentatiesnelheid). Dat verschil wordt benut door antibiotica zoals streptomycine en tetracycline, die bacteriële ribosomen blokkeren zonder die van de mens te raken. Mitochondriën en bladgroenkorrels hebben hun eigen, bacterieachtige ribosomen.

In welke discipline?

Biologie (celbiologie, genetica) en scheikunde (biochemie van eiwitten).

Verwante termen

Lees meer