Elk aminozuur heeft dezelfde basisstructuur: een centraal koolstofatoom waaraan een aminogroep (–NH₂), een carboxylgroep (–COOH), een waterstofatoom en een zijgroep (R) hangen. De zijgroep verschilt per aminozuur en bepaalt de chemische eigenschappen.
In het leven op Aarde komen twintig verschillende aminozuren voor in eiwitten. Acht daarvan zijn voor de mens essentieel — ze moeten via voeding worden binnengekregen omdat het lichaam ze niet zelf kan maken. Aminozuren worden via peptidebindingen aaneengeregen tot lange ketens — eiwitten — die vervolgens vouwen tot de driedimensionale vorm die hun functie bepaalt.
De volgorde van aminozuren in een eiwit wordt vastgelegd door een gen in het DNA.
In welke discipline?
Biochemie en celbiologie.