Stap 1: transcriptie
- Het enzym RNA-polymerase bindt aan een gen op het DNA.
- De dubbele helix gaat lokaal open.
- RNA-polymerase leest één DNA-streng en synthetiseert een complementaire mRNA-streng (met uracil i.p.v. thymine).
- Het mRNA verlaat de celkern via een kernporie naar het cytoplasma.
Stap 2: translatie
- Het mRNA bindt aan een ribosoom.
- Het ribosoom leest het mRNA in groepjes van drie basen (codons).
- Elke codon codeert voor één aminozuur. tRNA-moleculen brengen het juiste aminozuur aan.
- Het ribosoom koppelt de aminozuren aan elkaar tot een eiwit (peptidebinding).
- Bij het stopcodon laat het ribosoom los; het eiwit vouwt zich op tot zijn 3D-vorm.
De genetische code
De 64 mogelijke codons (4³) coderen voor 20 aminozuren plus een startcodon (AUG) en drie stopcodons. De code is "gedegenereerd" — meerdere codons kunnen hetzelfde aminozuur coderen. Bijna alle organismen op aarde gebruiken dezelfde code, een sterke aanwijzing voor één gemeenschappelijke oorsprong van het leven.
Snelheid en schaal
Een ribosoom voegt 3-20 aminozuren per seconde toe. Een gemiddelde menselijke cel maakt elke seconde miljoenen eiwitten aan om het verlies door slijtage bij te benen.