Pijlerartikel · Genetica

Eiwitsynthese

Eiwitsynthese is het proces waarbij een cel een eiwit bouwt volgens de instructies in het DNA. Het verloopt in twee hoofdstappen: transcriptie (DNA wordt overgeschreven naar messenger-RNA) en translatie (mRNA wordt vertaald in een keten van aminozuren). Dit centrale dogma — DNA → RNA → eiwit — geldt voor vrijwel alle levende cellen.

Stap 1: transcriptie

  1. Het enzym RNA-polymerase bindt aan een gen op het DNA.
  2. De dubbele helix gaat lokaal open.
  3. RNA-polymerase leest één DNA-streng en synthetiseert een complementaire mRNA-streng (met uracil i.p.v. thymine).
  4. Het mRNA verlaat de celkern via een kernporie naar het cytoplasma.

Stap 2: translatie

  1. Het mRNA bindt aan een ribosoom.
  2. Het ribosoom leest het mRNA in groepjes van drie basen (codons).
  3. Elke codon codeert voor één aminozuur. tRNA-moleculen brengen het juiste aminozuur aan.
  4. Het ribosoom koppelt de aminozuren aan elkaar tot een eiwit (peptidebinding).
  5. Bij het stopcodon laat het ribosoom los; het eiwit vouwt zich op tot zijn 3D-vorm.

De genetische code

De 64 mogelijke codons (4³) coderen voor 20 aminozuren plus een startcodon (AUG) en drie stopcodons. De code is "gedegenereerd" — meerdere codons kunnen hetzelfde aminozuur coderen. Bijna alle organismen op aarde gebruiken dezelfde code, een sterke aanwijzing voor één gemeenschappelijke oorsprong van het leven.

Snelheid en schaal

Een ribosoom voegt 3-20 aminozuren per seconde toe. Een gemiddelde menselijke cel maakt elke seconde miljoenen eiwitten aan om het verlies door slijtage bij te benen.

Verwante begrippen

Verder lezen