Meestal onderscheidt men vijf oceanen: de Stille Oceaan (verreweg de grootste, groter dan al het land samen), de Atlantische Oceaan, de Indische Oceaan, de Zuidelijke Oceaan rond Antarctica en de Noordelijke IJszee. De gemiddelde diepte is ongeveer 3700 m; het diepste punt, de Challengerdiepte in de Marianentrog, ligt bijna 11 km onder zeeniveau. De Noordzee is een ondiepe randzee van de Atlantische Oceaan, gemiddeld nog geen 100 m diep.
Zeewater bevat gemiddeld ongeveer 35 gram zout per kilogram (3,5%), vooral natriumchloride. Temperatuur en zoutgehalte bepalen de dichtheid, en dichtheidsverschillen drijven samen met de wind de zeestromen aan. De Golfstroom voert warm water van de Golf van Mexico naar het noordoosten van de Atlantische Oceaan en houdt het klimaat van West-Europa mild.
De oceanen zijn de grootste warmte- en koolstofbuffer van het klimaatsysteem. Ze hebben meer dan 90% van de extra warmte door de opwarming van de aarde opgenomen en ongeveer een kwart van de door mensen uitgestoten koolstofdioxide. Dat laatste maakt het zeewater zuurder, wat koralen en schelpdieren bedreigt. Daarnaast levert fytoplankton in de oceaan ongeveer de helft van de zuurstofproductie op aarde.
In welke discipline?
Oceanografie en klimatologie (aardwetenschappen) en biologie (mariene ecologie).