Begrippenlijst · E

Ecosysteem

Een ecosysteem is het geheel van alle organismen in een gebied samen met de levenloze omgeving waarmee ze energie en stoffen uitwisselen.

Een ecosysteem bestaat uit twee soorten onderdelen. Biotische factoren zijn de levende organismen: producenten (planten, algen) die met fotosynthese energie vastleggen, consumenten (planteneters, vleeseters) en reducenten (bacteriën, schimmels) die dood materiaal afbreken. Abiotische factoren zijn de levenloze omstandigheden: licht, temperatuur, water, bodem, zuurgraad en voedingsstoffen. Alle populaties in het gebied samen vormen de levensgemeenschap.

Door een ecosysteem stroomt energie in één richting: van zonlicht via producenten langs voedselketens naar consumenten, waarbij per trofisch niveau gemiddeld maar zo’n 10% van de energie wordt doorgegeven; de rest gaat verloren als warmte. Stoffen zoals koolstof, stikstof en fosfor gaan daarentegen rond in kringlopen: reducenten maken ze weer beschikbaar voor planten. Daardoor is de hoeveelheid biomassa bovenin een voedselpiramide altijd kleiner dan onderin.

Ecosystemen hebben geen vaste grootte: een sloot, een rottende boomstam, de Waddenzee en een tropisch regenwoud zijn allemaal ecosystemen. Samen vormen alle ecosystemen de biosfeer. Een ecosysteem is dynamisch: na verstoring (brand, overstroming) volgt successie, een reeks gemeenschappen die elkaar opvolgen. Het verlies van één sleutelsoort, zoals de zeeotter die zee-egels in toom houdt in kelpwouden, kan een heel ecosysteem veranderen.

In welke discipline?

Biologie (ecologie) en aardwetenschappen (klimaat, oceanografie).

Verwante termen

Lees meer