Begrippenlijst · B

Biomassa

Biomassa is de totale massa van het organische materiaal van levende of kort geleden gestorven organismen in een bepaald gebied.

In de ecologie wordt biomassa meestal uitgedrukt als droge massa (zonder water) of als hoeveelheid koolstof per oppervlakte, bijvoorbeeld in kg per m². Producenten bouwen biomassa op via fotosynthese uit CO₂ en water; de toename per jaar heet de primaire productie. Consumenten zetten maar een klein deel van hun voedsel om in eigen biomassa, gemiddeld zo’n 10%, omdat de rest wordt verbruikt bij cellulaire ademhaling of onverteerd wordt uitgescheiden.

Daarom neemt de biomassa per trofisch niveau af en ontstaat een biomassapiramide: veel gras, minder konijnen, nog minder vossen. Een uitzondering is de open oceaan, waar het fytoplankton zo snel deelt en wordt opgegeten dat de biomassa van het zoöplankton op één moment groter kan zijn. Wereldwijd bevat de biomassa ongeveer 550 miljard ton koolstof, waarvan circa 80% in planten zit; mensen zijn goed voor minder dan 0,1%.

Biomassa is ook een koolstofopslag in de koolstofcyclus: bossen leggen CO₂ vast in hout, en bij ontbossing of verbranding komt die koolstof weer vrij. In de energietechniek staat ‘biomassa’ voor hout, gewasresten, mest en afval die worden verbrand of vergist tot biogas. Of dat klimaatneutraal is, hangt af van hoe snel de verbruikte biomassa weer aangroeit.

In welke discipline?

Biologie (ecologie) en aardwetenschappen (koolstofcyclus, klimaat).

Verwante termen

Lees meer