Drie niveaus
- Genetische diversiteit — variatie binnen één soort. Belangrijk voor aanpassingsvermogen.
- Soortendiversiteit — aantal verschillende soorten in een gebied.
- Ecosysteemdiversiteit — verscheidenheid aan habitats: woestijn, regenwoud, rif, toendra.
Biodiversiteit-hotspots
Sommige plekken op aarde herbergen onevenredig veel soorten. De Amazone-regenwouden, de koraalriffen, en de eilandgroepen van Madagaskar en Indonesië zijn hotspots. Ongeveer 36 hotspots beslaan 2,4% van het landoppervlak maar bevatten 50% van alle plantsoorten.
Waarom belangrijk?
- Ecosysteemdiensten — bestuiving, waterzuivering, bodemvruchtbaarheid, klimaatregulatie.
- Voedsel en medicijnen — meer dan de helft van onze geneesmiddelen komt uit planten en dieren.
- Veerkracht — een soortenrijk systeem herstelt sneller van verstoringen.
- Intrinsieke waarde — leven heeft eigen waarde, los van menselijk nut.
Bedreigingen
Vijf hoofdoorzaken (afgekort tot HIPPO): Habitatverlies, Invasieve soorten, Populatiegroei (mens), Pollutie en Overexploitatie. Klimaatverandering versterkt alle vijf.