Wat is een soort?
De biologische soortdefinitie (Ernst Mayr, 1942): twee individuen behoren tot dezelfde soort wanneer zij in de natuur vruchtbaar nageslacht kunnen krijgen. Wanneer twee populaties dat niet meer kunnen — door geografische, gedragsmatige of genetische barrières — zijn ze afzonderlijke soorten geworden.
Allopatrische soortvorming
De meest voorkomende route. Een fysieke barrière scheidt een populatie in tweeën:
- Een rivier, gebergte of zeestraat splitst de populatie.
- Beide groepen ondergaan verschillende mutaties en selectiedruk.
- Na voldoende generaties zijn ze genetisch zo verschillend dat zelfs als de barrière verdwijnt, ze niet meer kunnen kruisen.
Klassiek voorbeeld: de Galápagos-vinken die Darwin beschreef. Op elk eiland ontstond een soort met een snavel aangepast aan het lokale voedsel.
Sympatrische soortvorming
Soortvorming zonder geografische scheiding. Mogelijke mechanismen:
- Niche-splitsing — twee groepen binnen één gebied gebruiken verschillend voedsel of paringsplek (bv. cichliden in het Victoriameer).
- Polyploïdie — bij planten een verdubbeling van het volledige chromosoomaantal in één stap. De nieuwe plant kan zich niet meer kruisen met de oude.
- Seksuele selectie — voorkeur voor specifieke partners splitst de populatie.
Reproductieve isolatie
De barrière tussen twee soorten kan op verschillende manieren ontstaan:
- Vóór paring — verschillen in habitat, paringstijd, paringssignalen of fysieke incompatibiliteit.
- Tijdens paring — bevruchting werkt niet (spermacellen herkennen de eicel niet).
- Na paring — embryo ontwikkelt zich niet goed, of hybride is onvruchtbaar (zoals een muildier).