Begrippenlijst · D

Dichtheid

Dichtheid (symbool ρ, rho) is de massa per volume-eenheid van een stof: ρ = m / V.

De SI-eenheid is kg/m³; op school gebruik je vaak g/cm³. Omrekenen: 1 g/cm³ = 1000 kg/m³ = 1 kg/L. Dichtheid is een stofeigenschap: een grote en een kleine klomp aluminium hebben dezelfde dichtheid, namelijk 2,70 g/cm³. Daardoor kun je een onbekende stof herkennen door massa en volume te meten. Bekende waarden (bij 20 °C): lucht 1,2 kg/m³, water 998 kg/m³, ijs 917 kg/m³, aluminium 2 700 kg/m³, ijzer 7 870 kg/m³, goud 19 300 kg/m³.

Volgens de overlevering ontdekte Archimedes (3e eeuw v.Chr.) hoe hij met onderdompelen het volume van een kroon kon bepalen en zo kon controleren of die van zuiver goud was. Dat principe gebruik je nog steeds: een voorwerp drijft als zijn gemiddelde dichtheid kleiner is dan die van de vloeistof. IJs drijft dus op water, en een stalen schip drijft omdat het veel lucht bevat. Dichtheid hangt wel af van temperatuur: water is het dichtst bij 4 °C (1000 kg/m³).

Rekenvoorbeeld: een blokje van 2,0 cm × 3,0 cm × 5,0 cm heeft een volume van 30 cm³ en een massa van 81 g. De dichtheid is 81 / 30 = 2,7 g/cm³, dus het is waarschijnlijk aluminium. In de oceaan is koud, zout zeewater (ongeveer 1 027 kg/m³) dichter dan warm, zoet water; het zakt naar de bodem en drijft zo de wereldwijde thermohaliene circulatie aan.

In welke discipline?

Natuurkunde, scheikunde (stofeigenschappen) en aardwetenschappen (zeestromen, opbouw van de aarde).

Verwante termen

Lees meer