Begrippenlijst · B

Breuk (geologie)

Een breuk is in de geologie een scheur in de aardkorst waarlangs de gesteenteblokken aan weerszijden ten opzichte van elkaar zijn verschoven.

Een scheur zonder verschuiving heet een diaklaas; pas als de blokken langs elkaar zijn bewogen spreekt men van een breuk. Er zijn drie hoofdtypen. Bij een afschuiving (normale breuk) wordt de korst uit elkaar getrokken en zakt het ene blok omlaag. Bij een opschuiving of overschuiving wordt de korst samengedrukt en wordt het ene blok over het andere geschoven. Bij een zijschuiving bewegen de blokken horizontaal langs elkaar, zoals bij de San Andreasbreuk in Californië, met enkele centimeters per jaar.

Breuken schuiven meestal niet soepel. Door wrijving blijven de blokken aan elkaar haken terwijl de plaatbeweging doorgaat, zodat er elastische spanning in het gesteente opbouwt. Wordt die groter dan de wrijving, dan schiet de breuk in een paar seconden een stuk door en komt de energie vrij als seismische golven: een aardbeving. Een seismograaf registreert die trillingen.

Ook in de Lage Landen liggen actieve breuken. De Peelrandbreuk begrenst de Roerdalslenk, een stuk korst dat langzaam wegzakt; op 13 april 1992 veroorzaakte een verschuiving daar de aardbeving van Roermond (magnitude 5,8), de zwaarste die in Nederland is gemeten. In Groningen heeft de gaswinning oude breuken in het gasveld opnieuw in beweging gebracht, met onder meer de beving bij Huizinge in 2012 (magnitude 3,6). Een snelle verschuiving van de zeebodem langs een breuk kan een tsunami opwekken.

In welke discipline?

Aardwetenschappen: plaattektoniek, geologie en seismologie.

Verwante termen

Lees meer