De lithosfeer bestaat uit zeven grote platen en een tiental kleinere. Ze bewegen typisch enkele centimeters per jaar — ongeveer even snel als vingernagels groeien. Aan de grenzen botsen, schuiven of spreiden de platen uit elkaar: dat veroorzaakt aardbevingen, vulkanen en gebergten. Op miljoenen jaren tijd verklaren plaatbewegingen waarom de kustlijnen van Zuid-Amerika en Afrika zo opvallend bij elkaar passen.
Alfred Wegener stelde de hypothese van continentendrift in 1912 voor. In de jaren 1960 leverden metingen aan de oceaanbodem het mechanisme: nieuwe oceaankorst ontstaat bij mid-oceanische ruggen en duwt de platen uiteen. Lees het volledige verhaal op het subpillar plaattektoniek.
In welke discipline?
Geologie en aardwetenschappen.