De belangrijkste groepen
| Groep | Naam | Voorbeelden |
|---|---|---|
| 1 | alkalimetalen | Li, Na, K |
| 2 | aardalkalimetalen | Mg, Ca |
| 3–12 | overgangsmetalen | Fe, Cu, Ag, Au |
| 13 | booriumgroep | B, Al |
| 14 | koolstofgroep | C, Si, Ge |
| 15 | stikstofgroep | N, P |
| 16 | zuurstofgroep | O, S |
| 17 | halogenen | F, Cl, Br, I |
| 18 | edelgassen | He, Ne, Ar |
Wat zegt de periode?
Het rijgetal (1 tot 7) zegt iets over hoeveel elektronenschillen een atoom heeft. Period 1 telt maar 2 elementen (waterstof, helium); de volgende perioden steeds meer omdat er ook subschillen vol moeten. In de 6e en 7e periode passen de lanthaniden en actiniden niet meer in de hoofdtabel — die staan apart onderaan.
Trends in het periodiek systeem
- Atoomstraal daalt van links naar rechts, stijgt van boven naar beneden.
- Ionisatie-energie stijgt van links naar rechts, daalt van boven naar beneden.
- Elektronegativiteit volgt hetzelfde patroon als ionisatie-energie. Fluor is het meest elektronegatief.
- Reactiviteit is hoog voor groep 1 (alkalimetalen, vooral onderaan) en groep 17 (halogenen, vooral bovenaan).