Lijnen met dezelfde breedte heten breedtecirkels of parallellen; ze lopen evenwijdig aan de evenaar. Eén breedtegraad komt overeen met ongeveer 111 km afstand in noord-zuidrichting. Amsterdam ligt op ongeveer 52,4° N, Brussel op 50,8° N en Maastricht op 50,9° N. De lengtegraad is het oost-westmaatje: de hoek ten opzichte van de nulmeridiaan door Greenwich. Samen leggen ze elke plek op aarde vast.
De breedtegraad bepaalt onder welke hoek het zonlicht invalt. Rond de evenaar staat de zon hoog en valt de straling bijna loodrecht in, zodat elke vierkante meter veel energie ontvangt. Richting de polen valt hetzelfde licht schuiner en verspreid over een groter oppervlak, en legt het een langere weg door de atmosfeer af. Daarom is breedte de belangrijkste factor voor het klimaat.
Door de scheve stand van de aardas (23,44°) liggen er bijzondere breedtecirkels. Op de keerkringen (23,44° N en Z) staat de zon op één dag per jaar loodrecht boven je hoofd; boven de poolcirkels (66,56°) gaat de zon midden in de zomer niet onder. Zeevaarders bepaalden hun breedte vroeger met een sextant: op het noordelijk halfrond staat de Poolster ongeveer even hoog boven de horizon als je breedtegraad, in Nederland dus zo'n 52°.
In welke discipline?
Aardwetenschappen (geografie en klimatologie) en sterrenkunde (navigatie en zonnestand).