Vijf hoofdzones
- Tropisch klimaat (A) — heet en vochtig het hele jaar door (regenwouden, savannes).
- Droog klimaat (B) — verdamping > neerslag. Woestijnen en steppen.
- Gematigd klimaat (C) — milde winters, warme zomers. Veel van Europa, het oosten van de VS.
- Koud / continentaal klimaat (D) — strenge winters, warme zomers. Centraal-Europa, Canada, Rusland.
- Poolklimaat (E) — gemiddelde temperatuur warmste maand < 10 °C. Toendra en ijskap.
Waarom verschillen?
- Breedteligging — zoninstraling neemt af van evenaar naar polen.
- Hoogte — elke 100 m omhoog gemiddeld 0,65 °C kouder.
- Afstand tot de zee — kust = mild; binnenland = extremer.
- Zeestromen — de Golfstroom warmt Europa op; Humboldt-stroom koelt Peru af.
- Bergen — blokkeren wind en regen.
Nederlands klimaat
Nederland en België vallen in Cfb: gematigd zeeklimaat met regen verspreid over het hele jaar en milde temperaturen. Geen extreme koude of hitte, maar relatief veel bewolking en wind.
Klimaatverandering
Klimaatzones zijn historisch redelijk stabiel, maar door menselijke uitstoot van CO₂ schuiven ze. In Nederland zien we meer regenpieken in winter, meer hitte in zomer, en zachtere winters — Nederland krijgt langzaam kenmerken van een meer mediterraan klimaat.