Hoe het werkt
- De zon stuurt kortgolvige straling (zichtbaar licht) naar de aarde.
- Het aardoppervlak absorbeert de straling en warmt op.
- De aarde geeft de warmte weer af als langgolvige infraroodstraling.
- Broeikasgassen absorberen een deel van die infraroodstraling en zenden die weer uit, deels terug naar het oppervlak.
- Door dat "vasthouden" loopt de temperatuur op tot het stralingsevenwicht is bereikt.
Vergelijk het met een glazen kas: licht komt erin, warmte ontsnapt maar moeilijk. Vandaar de naam.
De broeikasgassen
| Gas | Symbool | Aandeel in effect | Belangrijkste bron |
|---|---|---|---|
| Waterdamp | H₂O | ≈ 50% | verdamping (natuurlijk, terugkoppeling) |
| Koolstofdioxide | CO₂ | ≈ 25% | verbranding, ademhaling |
| Methaan | CH₄ | ≈ 7% | veeteelt, rijstvelden, gaswinning |
| Lachgas | N₂O | ≈ 4% | landbouw, kunstmest |
| Ozon (onder) | O₃ | ≈ 4% | fotochemische smog |
De zes belangrijkste atmosferische gassen — N₂, O₂, Ar — zijn géén broeikasgassen, ook al vormen ze 99% van de lucht.
Het versterkte broeikaseffect
Vóór 1750 was de CO₂-concentratie in de lucht ongeveer 280 ppm (deeltjes per miljoen). In 2025 is dat boven 420 ppm — een stijging van 50%. De extra CO₂ komt vooral van het verbranden van steenkool, olie en gas, en van ontbossing. Daardoor houdt de atmosfeer meer warmte vast: de gemiddelde temperatuur op aarde is sinds 1850 met ongeveer 1,3 °C gestegen.
Terugkoppelingen
Klimaat is niet lineair. Versterkende terugkoppelingen maken het effect groter:
- IJs-albedo — minder ijs → donkerder oppervlak → meer absorptie → meer opwarming.
- Waterdamp — warmere lucht houdt meer waterdamp vast → meer broeikaseffect.
- Permafrost — ontdooien laat opgeslagen methaan vrij.