Pijlerartikel · Plaattektoniek

Vulkanen

Een vulkaan is een opening in de aardkorst waar gesmolten gesteente (magma), gas en vaste deeltjes vanuit het binnenste van de aarde naar buiten kunnen komen. Vulkanen vormen zich vooral op plaatgrenzen — waar platen onder elkaar duiken (subductiezones) of uit elkaar bewegen (mid-oceanische ruggen). Sommige zitten boven hotspots in het midden van een plaat, zoals Hawaï. Wereldwijd zijn er ongeveer 1.500 actieve vulkanen.

Vulkaantypen

  • Schildvulkaan — laag en breed, vloeibare lava (basalt). Voorbeeld: Mauna Loa op Hawaï.
  • Stratovulkaan — kegelvormig, laag voor laag van lava en as. Voorbeeld: Vesuvius, Fuji.
  • Caldera — gigantische krater na een super-uitbarsting. Voorbeeld: Yellowstone.
  • Sintelkegel — klein, kortlevend; ontstaat in één uitbarsting.

Waar ontstaan ze?

  • Subductiezones — een plaat duikt onder een andere. Het smeltende gesteente stijgt op. Voorbeeld: Andes, Ring van Vuur.
  • Mid-oceanische ruggen — twee platen uit elkaar. Vulkanisme op de oceaanbodem (IJsland is een uitzondering boven water).
  • Hotspots — een vaste pluim van heet materiaal uit de mantel. De plaat schuift erover; uitbarstingen vormen een keten van vulkanen (Hawaï-archipel).

Soorten uitbarstingen

De Volcanic Explosivity Index (VEI) gaat van 0 (rustig vloeiend) tot 8 (super-uitbarsting). Iedere stap omhoog betekent ongeveer tien keer meer uitgestoten materiaal:

  • VEI 1-2 — Hawaïaans of strombolisch, mild.
  • VEI 3-4 — Vulcaans of pelean, met aswolken.
  • VEI 5-6 — Plinisch (Vesuvius 79 n.Chr., Pinatubo 1991).
  • VEI 7-8 — super-uitbarsting, eens per 50.000-100.000 jaar.

Risico's

  • Lavastromen — meestal langzaam, maar onstuitbaar.
  • Pyroclastische stromen — gloeiende lawines van as en gas, tot 700 km/u, dodelijkste verschijnsel.
  • Lahars — modderstromen.
  • Aswolken — gevaarlijk voor luchtvaart en gezondheid.
  • Klimaateffect — grote uitbarstingen koelen de aarde tijdelijk af (Tambora 1815: "jaar zonder zomer").

Verwante begrippen

Verder lezen