Biografie · Sterrenkunde

Nicolaus Copernicus

Nicolaus Copernicus (19 februari 1473 – 24 mei 1543) was een astronoom uit Toruń, in het toenmalige Koninkrijk Polen, die het heliocentrische wereldbeeld uitwerkte: niet de aarde maar de zon staat stil in het midden, en de aarde is een planeet die om haar as en om de zon draait. Zijn boek De revolutionibus orbium coelestium verscheen in zijn sterfjaar en luidde de wetenschappelijke revolutie in.

Snelle feiten

Levensloop

Copernicus werd geboren in de Hanzestad Toruń als zoon van een welgestelde koopman. Toen hij tien was, overleed zijn vader. Zijn oom Lucas Watzenrode, later prins-bisschop van Ermland (Warmia), nam de zorg voor hem over en stippelde een kerkelijke loopbaan voor hem uit. Van 1491 tot 1495 studeerde Copernicus aan de universiteit van Krakau, waar hij kennismaakte met wiskunde en sterrenkunde.

In 1496 vertrok hij naar Italië. In Bologna studeerde hij kerkelijk recht, maar hij woonde in bij de sterrenkundige Domenico Maria Novara en deed met hem waarnemingen; op 9 maart 1497 zag hij hoe de maan de ster Aldebaran bedekte. Daarna studeerde hij geneeskunde in Padua en promoveerde hij in 1503 in Ferrara in het kerkelijk recht. Intussen was hij, op voorspraak van zijn oom, al benoemd tot kanunnik van de kathedraal van Frombork.

Terug in Ermland werkte Copernicus eerst als secretaris en lijfarts van zijn oom. Na diens dood in 1512 vestigde hij zich in Frombork. Hij beheerde er landgoederen, behandelde zieken, schreef over muntwezen en organiseerde in 1520–1521 de verdediging van het kasteel van Olsztyn tegen de Duitse Orde. Sterrenkunde deed hij ernaast, met eenvoudige zelfgemaakte instrumenten — zonder telescoop, die bestond nog niet.

Rond 1514 verspreidde hij onder vrienden een korte handgeschreven schets van zijn idee, de Commentariolus. Het volledige werk hield hij jarenlang achter, uit perfectionisme en uit vrees voor spot. Pas toen in 1539 de jonge wiskundige Georg Joachim Rheticus uit Wittenberg bij hem kwam studeren, liet hij zich overhalen. In 1543 verscheen De revolutionibus orbium coelestium (“Over de omwentelingen van de hemelsferen”) in Neurenberg. Copernicus had kort daarvoor een beroerte gehad. Volgens een overlevering kreeg hij het eerste gedrukte exemplaar op zijn sterfbed te zien. Hij overleed op 24 mei 1543.

Het heliocentrische wereldbeeld uitgelegd

Al sinds Ptolemaeus (2e eeuw) gold het geocentrische model: de aarde staat stil in het midden en zon, maan, planeten en sterren draaien eromheen. Om de soms achteruitlopende beweging van planeten aan de hemel te verklaren, liet Ptolemaeus ze in kleine cirkels (epicykels) bewegen bovenop grote cirkels — een ingewikkeld maar werkend rekensysteem.

Copernicus stelde iets anders voor:

  1. De zon staat (bijna) in het midden en de planeten, waaronder de aarde, draaien eromheen.
  2. De aarde draait in één dag om haar eigen as. Daardoor lijkt de hele sterrenhemel elke dag rond te draaien.
  3. De maan draait om de aarde, niet om de zon (zie manen en satellieten).
  4. De sterren staan onvoorstelbaar ver weg, zodat je de beweging van de aarde niet aan de sterren ziet verschuiven.

Waarom planeten soms achteruit lijken te lopen

In het heliocentrische model is de achteruitloop (retrograde beweging) geen echte beweging maar een perspectiefeffect. De aarde draait sneller om de zon dan Mars. Als de aarde Mars “inhaalt”, lijkt Mars tegen de achtergrond van de sterren een tijdje terug te lopen — zoals een langzamere auto op de snelweg achteruit lijkt te gaan als jij hem passeert.

Afstanden en volgorde van de planeten

Een sterk argument voor Copernicus was dat zijn model de volgorde én de onderlinge afstanden van de planeten vastlegde, iets wat het geocentrische model niet kon. Zijn waarden lagen opvallend dicht bij de moderne:

Gemiddelde afstand tot de zon, uitgedrukt in de afstand aarde–zon (AE)
PlaneetCopernicus (ca.)Moderne waarde
Mercurius0,380,39
Venus0,720,72
Aarde11
Mars1,521,52
Jupiter5,225,20
Saturnus9,179,54

Uranus en Neptunus waren toen nog onbekend. Meer over de planeten lees je bij de planeten van het zonnestelsel en over onze ster bij de zon.

Ontvangst en de copernicaanse revolutie

Het boek opende met een anoniem voorwoord van de lutherse theoloog Andreas Osiander, die — zonder toestemming van Copernicus — schreef dat het model slechts een rekenhulp was en niet per se de werkelijkheid. Daardoor wekte het boek eerst weinig ophef. Sterrenkundigen gebruikten de tabellen, maar weinigen geloofden dat de aarde echt bewoog. Er waren ook goede natuurkundige bezwaren: waarom vliegen we niet van een draaiende aarde af, en waarom zie je geen verschuiving van de sterren?

Pas in de zeventiende eeuw sloeg de stemming om. Galileo Galilei zag in 1610 met zijn telescoop manen rond Jupiter en de schijngestalten van Venus, die wel in het heliocentrische model passen maar niet in dat van Ptolemaeus. In 1616 zette de katholieke kerk De revolutionibus op de lijst van verboden boeken “totdat het verbeterd is”. Kepler ontdekte de wetten van de planeetbeweging, en Isaac Newton gaf in 1687 met zijn zwaartekrachtwet de natuurkundige verklaring waarom planeten om de zon draaien. Het directe bewijs dat de aarde beweegt, de parallax van sterren, werd pas in 1838 door Friedrich Bessel gemeten.

Erfenis

De overgang van een wereldbeeld met de aarde in het centrum naar een wereld waarin de aarde “maar” een planeet is, heet de copernicaanse revolutie. Ze veranderde niet alleen de sterrenkunde, maar ook de manier waarop mensen hun plaats in het heelal zagen. Het “copernicaanse principe” — dat wij geen bijzondere, centrale plek innemen — is nog steeds een uitgangspunt in de kosmologie. Een “copernicaanse wending” is spreekwoordelijk geworden voor een radicale omslag in denken. Ook als econoom liet hij sporen na: hij beschreef al vóór Thomas Gresham dat slecht geld goed geld uit de omloop verdrijft. Element 112 heet sinds 2010 copernicium. Zijn graf in de kathedraal van Frombork werd in 2005 teruggevonden, in 2008 via DNA-onderzoek bevestigd, en in 2010 kreeg hij er een nieuw graf.

Tijdlijn

  1. 1473 — Geboren op 19 februari in Toruń.
  2. 1491–1495 — Studie aan de universiteit van Krakau.
  3. 1496–1503 — Studie in Bologna, Padua en Ferrara; benoemd tot kanunnik van Frombork.
  4. 1503 — Doctoraat in het kerkelijk recht in Ferrara.
  5. ca. 1514 — Schrijft de Commentariolus.
  6. 1520–1521 — Verdedigt Olsztyn tegen de Duitse Orde.
  7. 1539 — Rheticus komt bij hem studeren.
  8. 1543 — De revolutionibus orbium coelestium verschijnt; overleden op 24 mei in Frombork.
  9. 1616 — Boek op de index van verboden boeken geplaatst.
  10. 2010 — Herbegraven in Frombork; element 112 krijgt de naam copernicium.

Veelgestelde vragen

Wat heeft Copernicus ontdekt?

Copernicus werkte het heliocentrische wereldbeeld uit: de zon staat in het midden, en de aarde is een planeet die in een dag om haar as en in een jaar om de zon draait. Hij legde ook de volgorde en de onderlinge afstanden van de planeten vast.

Wat is het verschil tussen het geocentrische en het heliocentrische wereldbeeld?

In het geocentrische wereldbeeld (Ptolemaeus) staat de aarde stil in het midden van het heelal. In het heliocentrische wereldbeeld (Copernicus) staat de zon in het midden en draait de aarde, net als de andere planeten, eromheen.

Was Copernicus Pools of Duits?

Copernicus werd geboren in Toruń, in Koninklijk Pruisen, dat toen bij het Koninkrijk Polen hoorde. Hij was een loyaal onderdaan van de Poolse koning, maar groeide Duitstalig op en schreef in het Latijn. Daarom claimen zowel Polen als Duitsland hem; de meeste bronnen noemen hem een Pools astronoom.

Werd Copernicus vervolgd door de kerk?

Nee. Copernicus was zelf kanunnik en zijn boek werd tijdens zijn leven niet verboden. Pas in 1616, 73 jaar na zijn dood, zette de katholieke kerk het op de index van verboden boeken, in de aanloop naar het proces tegen Galilei.

Hoe oud is Copernicus geworden?

Copernicus werd 70 jaar oud: hij werd geboren op 19 februari 1473 in Toruń en overleed op 24 mei 1543 in Frombork.

Verder lezen