Pijlerartikel · Zonnestelsel

Planeten van het zonnestelsel

Het zonnestelsel telt acht planeten die in bijna cirkelvormige banen om de zon draaien: vier kleine, rotsachtige binnenplaneten en vier veel grotere gasreuzen daarbuiten. Mercurius is het dichtst bij de zon en doet drie maanden over één omloop; Neptunus ligt zo ver weg dat hij er 165 aardse jaren over doet. Tussen beide groepen ligt de planetoïdengordel.

Overzicht in cijfers

De acht planeten in volgorde van afstand
PlaneetAfstand tot zon (AE)OmlooptijdDiameter (km)Manen
Mercurius0,3988 dagen4 8790
Venus0,72225 dagen12 1040
Aarde1,00365 dagen12 7421
Mars1,52687 dagen6 7792
Jupiter5,2012 jaar139 820≈ 95
Saturnus9,5829 jaar116 460≈ 146
Uranus19,284 jaar50 724≈ 28
Neptunus30,1165 jaar49 244≈ 16

Een astronomische eenheid (AE) is de gemiddelde afstand aarde–zon, ongeveer 150 miljoen kilometer.

De binnenplaneten

Mercurius, Venus, Aarde en Mars heten terrestrische planeten — ze zijn vooral van gesteente en metaal, hebben een vaste oppervlakte en een dunne atmosfeer (of geen). Ze zijn ontstaan dicht bij de jonge zon, waar het te heet was voor ijs en gas om te condenseren.

De gasreuzen

Jupiter en Saturnus zijn voornamelijk waterstof en helium — net als de zon, maar zonder voldoende massa om kernfusie te starten. Uranus en Neptunus worden soms "ijsreuzen" genoemd omdat ze meer water, methaan en ammoniak bevatten. Alle vier hebben ringen (Saturnus de meest prominente) en talloze manen.

Wetten van de planeetbanen

De banen volgen drie regels, beschreven door Kepler en verklaard door Newton:

  1. Banen zijn ellipsen met de zon in één brandpunt.
  2. Een planeet beweegt sneller dicht bij de zon, langzamer ver weg.
  3. T² ∝ a³ — het kwadraat van de omlooptijd is evenredig met de derde macht van de baanstraal.

Verwante begrippen

Verder lezen