Mineralen zijn de bouwstenen van gesteenten. Graniet is bijvoorbeeld een mengsel van de mineralen kwarts (SiO2), veldspaat en glimmer. Er zijn ruim 6000 erkende mineralen, maar een handvol maakt het grootste deel van de aardkorst uit: veldspaten vormen ongeveer de helft, gevolgd door kwarts, pyroxenen, amfibolen en glimmers. Dat komt doordat zuurstof en silicium de twee meest voorkomende elementen in de korst zijn.
Een mineraal wordt bepaald door zowel de samenstelling als de rangschikking van de atomen. Diamant en grafiet bestaan allebei uit zuivere koolstof, maar door hun verschillende kristalrooster zijn het twee verschillende mineralen: diamant is het hardste natuurlijke materiaal, grafiet is zo zacht dat het afgeeft in een potlood. Geologen herkennen mineralen aan kristalvorm, kleur, glans, streepkleur, splijting en hardheid. De hardheidsschaal van Mohs loopt van 1 (talk) tot 10 (diamant); kwarts heeft hardheid 7 en krast glas.
Ook in Nederland en België worden mineralen gewonnen. Steenzout (haliet, NaCl) komt uit diepe zoutlagen bij Hengelo en Veendam, en de Limburgse mergel bestaat vooral uit calciet (CaCO3). Een gesteente als steenkool of obsidiaan is geen mineraal: het mist een vaste kristalstructuur of een vaste samenstelling.
In welke discipline?
Geologie (aardwetenschappen) en scheikunde (kristalchemie en materiaalkunde).