Drie hoofdvormen (Hubble)
- Spiraalstelsels — platte schijf met spiraalarmen rond een centrale bult. Ongeveer 60% van de grote stelsels. Onze Melkweg hoort hierbij.
- Elliptische stelsels — bolvormig tot langgerekt, weinig gas, vooral oude sterren. Komen vooral voor in clusters.
- Onregelmatige stelsels — geen heldere structuur, vaak klein, vaak veel stervorming.
Groepen en clusters
Sterrenstelsels staan niet alleen. Onze Melkweg maakt deel uit van de Lokale Groep met meer dan 50 stelsels. Honderden groepen vormen een cluster (zoals de Virgocluster). Clusters vormen op hun beurt superclusters — de grootste structuren in het heelal.
Edwin Hubble en de classificatie
Edwin Hubble toonde in de jaren '20 aan dat sommige "nevels" eigenlijk afzonderlijke sterrenstelsels buiten de Melkweg zijn — een revolutie in het denken over schaal van het heelal. Hij ontwikkelde ook de classificatie die nog steeds wordt gebruikt: de "Hubble tuning fork".
Donkere materie
De zichtbare massa van een sterrenstelsel verklaart niet hoe snel sterren aan de rand bewegen. Donkere materie — onzichtbaar maar massaal — vormt de uitleg, met ongeveer 85% van de massa van elk groot sterrenstelsel.