Het is geen tijdseenheid, ondanks de naam, maar een afstandsmaat. Licht reist met ongeveer 299 792 458 m/s — in één jaar dus zo'n 9,46 biljoen kilometer. Astronomen gebruiken de eenheid omdat sterrenkundige afstanden anders in onhanteerbaar grote getallen meter zouden moeten worden uitgedrukt.
Voorbeelden. De zon staat op ongeveer 8 lichtminuten afstand. De dichtstbijzijnde ster, Proxima Centauri, op 4,2 lichtjaar. De Andromedanevel — het dichtstbijzijnde grote sterrenstelsel — op 2,5 miljoen lichtjaar. De rand van het waarneembare heelal op 46 miljard lichtjaar.
Een gevolg: wat we zien, is altijd het verleden. Het licht van de Andromedanevel reist 2,5 miljoen jaar voor het ons bereikt — we zien hem dus zoals hij toen was.