Edwin Hubble toonde in 1929 aan dat verre sterrenstelsels van ons wegbewegen, en wel met een snelheid die evenredig is aan hun afstand: v = H₀ · d, met H₀ de Hubble-constante. De huidige beste meting geeft H₀ ≈ 70 km/s per megaparsec. Het is niet dat sterrenstelsels door de ruimte bewegen — het is de ruimte zelf die uitdijt en de afstanden meeneemt.
Terugrekenend kwam men uit op één begin: de oerknal, ongeveer 13,8 miljard jaar geleden. Sinds het eind van de jaren 1990 weten we bovendien dat de uitdijing versnelt; dat wordt toegeschreven aan een mysterieuze "donkere energie" die naar schatting 68 % van de totale energie van het heelal uitmaakt.