Hot jupiters
Gasreuzen ter grootte van Jupiter, maar in een baan dicht bij hun ster — vaak korter dan 10 dagen. Hun atmosfeer wordt extreem heet (> 1000 °C). De eerste exoplaneet rond een normale ster, 51 Pegasi b, is een hot jupiter. Ze zijn relatief makkelijk te detecteren maar minder algemeen dan eerst gedacht.
Super-aardes en mini-Neptuns
Twee soorten "in-betweens": planeten tussen aarde- en Neptunusgrootte (1,5–4 keer aardes diameter). Super-aardes zijn vooral rotsachtig; mini-Neptuns hebben een dichte gasmantel. In ons zonnestelsel ontbreekt deze categorie — bij andere sterren juist heel algemeen.
Oceaanwerelden en aarde-achtige planeten
Aarde-achtige planeten — rotsachtig en ongeveer aardes grootte — zijn moeilijk te detecteren maar wel interessant voor leven. Oceaanwerelden zijn een hypothetische klasse: rotsachtig met een dikke watermantel, geen continenten. Mogelijke kandidaten: TRAPPIST-1e en Kepler-138d.
Vrije planeten
Sommige planeten draaien om geen enkele ster — ze zijn er uitgeschoten door zwaartekrachtsinteracties of nooit aan een ster gebonden geweest. Schattingen suggereren dat er in de Melkweg meer vrije planeten zijn dan sterren.