Begrippenlijst · D

Dopplereffect

Het dopplereffect is de verandering van de waargenomen frequentie van een golf wanneer de bron en de waarnemer naar elkaar toe of van elkaar af bewegen.

Nadert een bron, dan komen de golffronten dichter op elkaar aan: de golflengte wordt korter en de frequentie hoger. Verwijdert de bron zich, dan wordt de toon lager. Voor geluid met een stilstaande waarnemer geldt fw = fb · v / (v ∓ vb), met v de geluidssnelheid (343 m/s in lucht van 20 °C), vb de snelheid van de bron, min bij naderen en plus bij verwijderen. Voor licht bij snelheden ver onder de lichtsnelheid geldt Δλ / λ ≈ vr / c, met vr de snelheid langs de kijklijn.

Christian Doppler voorspelde het effect in 1842. De Nederlander Christophorus Buys Ballot testte het in 1845 op de spoorlijn bij Utrecht: muzikanten op een rijdende trein bliezen een vaste toon, terwijl musici met een goed gehoor langs het spoor de toonhoogte beoordeelden. Het klopte.

Voorbeeld: een ambulance met een sirene van 700 Hz rijdt met 25 m/s (90 km/h). Naderend hoor je 700 × 343 / 318 ≈ 755 Hz, wegrijdend 700 × 343 / 368 ≈ 652 Hz. Toepassingen: flitspalen en weerradar, echodoppler van de bloedstroom en de radiële-snelheidsmethode voor exoplaneten. Een planeet als Jupiter laat de Zon met ongeveer 12,5 m/s heen en weer wiebelen, wat als een piepkleine periodieke verschuiving in het spectrum te meten is. Zo werd in 1995 51 Pegasi b ontdekt. Bij sterrenstelsels leidt de beweging tot roodverschuiving.

In welke discipline?

Natuurkunde (geluid, golven) en sterrenkunde (exoplaneten, sterrenstelsels, kosmologie).

Verwante termen

Lees meer