Pijlerartikel · Meteorologie

Atmosfeer

De atmosfeer is de gaslaag rond de aarde, vastgehouden door zwaartekracht. Ze is ongeveer 100 km dik (de Kármán-lijn) en bestaat voor 78% uit stikstof, 21% zuurstof en 1% restgassen. Verticaal is ze in vijf lagen verdeeld die elkaar afwisselend opwarmen en afkoelen.

De vijf lagen

Atmosferische lagen
LaagHoogteBijzonderheid
Troposfeer0–12 kmweer, wolken; daalt 6,5 °C/km
Stratosfeer12–50 kmozonlaag; warmt op met hoogte
Mesosfeer50–85 kmvallende sterren verbranden
Thermosfeer85–600 kmpoollicht, ISS
Exosfeer> 600 kmmoleculen ontsnappen aan zwaartekracht

Samenstelling

  • 78,1% stikstof (N₂)
  • 20,9% zuurstof (O₂)
  • 0,93% argon (Ar)
  • 0,04% koolstofdioxide (CO₂) — stijgend
  • Sporen helium, neon, methaan, ozon, waterdamp (variabel)

De ozonlaag

In de stratosfeer zit een laag verhoogde ozonconcentratie (O₃) die schadelijke UV-straling absorbeert. In de jaren 80 ontdekte men een "gat" boven Antarctica veroorzaakt door cfk's. Het Montrealprotocol (1987) verbood de gevaarlijkste stoffen; de ozonlaag herstelt zich langzaam.

Waarom is de lucht blauw?

Luchtmoleculen verstrooien zonlicht — korte golflengtes (blauw) sterker dan lange (rood). Dat heet Rayleigh-verstrooiing. Bij zonsondergang moet het licht door meer atmosfeer; blauw wordt eruit verstrooid, rood blijft over.

Verwante begrippen

Verder lezen