Verschillen in één oogopslag
| Kenmerk | Mitose | Meiose |
|---|---|---|
| Doel | groei, herstel, ongeslachtelijke voortplanting | vorming van geslachtscellen |
| Aantal delingen | 1 | 2 (meiose I en II) |
| Aantal dochtercellen | 2 | 4 |
| Chromosomen per dochtercel | 2n (diploïd, identiek aan moedercel) | n (haploïd, helft) |
| Genetisch identiek? | ja | nee — variatie door crossing-over |
| Waar in het lichaam? | alle lichaamscellen | alleen in voortplantingsorganen |
| Crossing-over? | nee | ja, in meiose I |
Mitose — wat gebeurt er?
Eén deling met vier fasen: profase, metafase, anafase, telofase. De chromosomen verdubbelen vóór de deling en gaan netjes in tweeën — elke dochtercel krijgt een complete kopie.
Meiose — wat gebeurt er?
Twee delingen na elkaar. Tijdens meiose I wisselen homologe chromosomen stukken uit (crossing-over), wat genetische variatie schept. Daarna verdelen de homologe paren zich. In meiose II splitsen de chromatiden zoals bij mitose. Resultaat: vier verschillende haploïde cellen.
Waarom twee verschillende mechanismen?
Voor groei en weefselonderhoud is identieke kopie precies wat je wilt. Voor seksuele voortplanting heb je juist variatie nodig — anders zou elk kind genetisch identiek zijn aan zijn ouder. De combinatie van crossing-over en willekeurige bevruchting zorgt voor de enorme variatie die we zien.
Veelgestelde vragen
Welk proces vindt plaats in de huidcellen?
Mitose. Lichaamscellen delen via mitose voor groei en vernieuwing.
Hoeveel chromosomen heeft een menselijke zaadcel?
23 — de helft van de 46 in een gewone lichaamscel. Bij bevruchting komt er weer 23 bij van de eicel.
Wat is crossing-over?
Het uitwisselen van DNA-stukken tussen homologe chromosomen tijdens meiose I. Het is de belangrijkste bron van genetische variatie binnen één generatie.