Pijlerartikel · Celbiologie

Celdeling

Celdeling is het proces waarbij één cel zich opsplitst in twee — of, bij meiose, vier — dochtercellen. Bij eencellige organismen is celdeling de manier waarop ze zich voortplanten. Bij meercellige levensvormen zorgt celdeling voor groei, herstel en weefselonderhoud. Geslachtscellen ontstaan via een afwijkende variant (meiose) waarbij het aantal chromosomen wordt gehalveerd.

De celcyclus

  1. G1-fase — cel groeit.
  2. S-fase — DNA wordt verdubbeld (replicatie).
  3. G2-fase — extra groei en voorbereiding.
  4. M-fase — mitose en cytokinese (eigenlijke deling).

Voor een menselijke cel duurt één hele cyclus ongeveer 24 uur, waarvan de M-fase maar ongeveer een uur.

Mitose — gewone celdeling

Bij mitose ontstaan twee identieke dochtercellen, elk met hetzelfde aantal chromosomen als de moedercel (diploïd, 2n). De vier fasen:

  1. Profase — chromosomen worden zichtbaar, kernmembraan verdwijnt.
  2. Metafase — chromosomen rangschikken zich in het midden.
  3. Anafase — chromatiden worden naar de polen getrokken.
  4. Telofase — twee nieuwe kernen ontstaan.

Meiose — geslachtelijke deling

Meiose vindt plaats bij de vorming van geslachtscellen. Twee opeenvolgende delingen leiden tot vier dochtercellen, elk met de helft van het oorspronkelijke chromosoomaantal (haploïd, n). Bovendien worden chromosomen tijdens "crossing-over" deels uitgewisseld, wat genetische variatie schept. Bij bevruchting komen twee haploïde cellen samen en herstellen het diploïde aantal.

Mitose vs. meiose

Aantal dochtercellen2 (mitose) vs. 4 (meiose)
Chromosomen per dochtercel2n (mitose) vs. n (meiose)
Genetisch identiek?Ja (mitose) vs. nee (meiose)
Waar?Lichaamscellen vs. geslachtscellen

Verwante begrippen

Verder lezen