Pijlerartikel · Evolutie

Mutaties

Een mutatie is een verandering in de DNA-volgorde van een organisme. Mutaties ontstaan spontaan door fouten bij DNA-replicatie, door straling of door chemische stoffen. De meeste zijn neutraal of schadelijk; een enkele is voordelig. Toch zijn mutaties onmisbaar: ze leveren de genetische variatie waarop natuurlijke selectie kan werken.

Typen mutaties

  • Puntmutatie — één base verandert (substitutie).
  • Insertie — een base wordt toegevoegd.
  • Deletie — een base verdwijnt.
  • Frameshift — insertie of deletie verschuift het hele leeskader.
  • Chromosomale mutatie — grote stukken DNA verschuiven, verdwijnen of verdubbelen.

Gevolgen

Stille mutatiegeen effect (codon codeert voor hetzelfde aminozuur)
Missenseander aminozuur — kan eiwit veranderen
Nonsensestopcodon te vroeg — eiwit te kort
Frameshiftvolledig ander eiwit voorbij de plek

Oorzaken

  • Spontane fouten bij DNA-replicatie.
  • UV-licht en ioniserende straling beschadigen het DNA.
  • Mutagenen — chemische stoffen zoals teer in tabaksrook.
  • Virussen kunnen DNA invoegen in het genoom van de gastheer.

Rol in evolutie

Zonder mutaties geen variatie, zonder variatie geen selectie. Bekende voorbeelden van voordelige mutaties: melklactose blijven kunnen verteren als volwassene (in noordelijke populaties), sikkelcelmutatie die malaria-resistentie geeft, en de variatie in huidpigmentatie. Darwin kende mutaties nog niet — pas in de 20e eeuw werden ze gekoppeld aan zijn theorie.

Verwante begrippen

Verder lezen