Sleutelbegrippen
- Gen — een stuk DNA dat een eigenschap beïnvloedt; zie gen.
- Allel — een variant van een gen (bv. blauwe of bruine oogkleur).
- Dominant (hoofdletter, bv. A) — overheerst over een recessief allel.
- Recessief (kleine letter, bv. a) — uit zich alleen als beide allelen recessief zijn.
- Homozygoot — twee gelijke allelen (AA of aa).
- Heterozygoot — twee verschillende allelen (Aa).
- Genotype — de allelcombinatie zelf (bv. Aa).
- Fenotype — de zichtbare uitdrukking (bv. bruin oog).
Eerste wet — uniformiteit
Kruis je twee zuivere (homozygote) lijnen met tegengestelde eigenschappen, dan zijn alle nakomelingen in de eerste generatie (F₁) gelijk. Mendel kruiste bijvoorbeeld zuivere paarse erwten (PP) met zuivere witte erwten (pp). Alle F₁-nakomelingen waren paars (Pp) — paars is dominant over wit.
Tweede wet — splitsing
Kruis je twee F₁-individuen onderling, dan splitsen de eigenschappen in de tweede generatie (F₂) in een vaste verhouding: 3 dominant : 1 recessief.
| P | p | |
|---|---|---|
| P | PP (paars) | Pp (paars) |
| p | Pp (paars) | pp (wit) |
Het schema heet een Punnett-vierkant. Drie van de vier vakjes geven paars (PP, Pp, Pp), één geeft wit (pp) — vandaar de 3 : 1-verhouding.
Derde wet — onafhankelijke overerving
Wanneer je twee eigenschappen tegelijk volgt — bijvoorbeeld zaadkleur (geel/groen) en zaadvorm (rond/gerimpeld) — worden ze onafhankelijk van elkaar doorgegeven, mits ze op verschillende chromosomen liggen. Het levert bij een dubbele heterozygote kruising een 9 : 3 : 3 : 1-verhouding op in de F₂.
Deze derde wet geldt niet altijd: genen die dicht naast elkaar op hetzelfde chromosoom liggen worden vaak samen overgedragen (koppeling). Dat werd pas decennia na Mendel ontdekt.
Voorbeelden bij de mens
- Bloedgroepen ABO — drie allelen (IA, IB, i) bepalen vier bloedgroepen.
- Sikkelcelanemie — recessieve eigenschap; één kopie geeft geen ziekte, twee wel.
- Cystic fibrosis (taaislijmziekte) — eveneens recessief.
- Oogkleur — eenvoudig didactisch voorbeeld, maar in werkelijkheid bepaald door meerdere genen.