Pijlerartikel · Geologie

Fossielen

Fossielen zijn versteende overblijfselen of sporen van organismen die lang geleden leefden, bewaard in gesteenten. Slechts een minuscule fractie van alle levende wezens fossiliseert ooit. Het proces vereist heel specifieke omstandigheden: snel begraven raken, lage zuurstof, mineraalrijk water. Toch hebben we genoeg gevonden om de geschiedenis van het leven over 3,5 miljard jaar te kunnen volgen.

Hoe fossielen ontstaan

  1. Een organisme sterft en wordt snel begraven (modder, vulkanische as, zand).
  2. Zachte weefsels rotten weg; harde delen (botten, schelpen, hout) blijven.
  3. Mineralen in grondwater dringen door en vervangen geleidelijk het oorspronkelijke materiaal — versteening.
  4. Sediment boven de fossielen wordt door druk een sedimentgesteente.
  5. Miljoenen jaren later wordt het gesteente blootgesteld door erosie of opheffing.

Soorten fossielen

  • Lichaamsfossielen — botten, tanden, schelpen, hout.
  • Sporenfossielen — pootafdrukken, holen, uitwerpselen (coproliet).
  • Inclusies — insecten gevangen in barnsteen (versteend hars).
  • Microfossielen — pollen, eencelligen, alleen onder microscoop zichtbaar.

Datering

Twee manieren om de leeftijd van een fossiel te bepalen:

  • Relatief — onderste lagen zijn ouder (wet van superpositie). Een fossiel in laag X is even oud als alle andere fossielen in die laag.
  • Absoluut — radiometrische methoden meten het verval van radioactieve isotopen. Koolstof-14 werkt tot 50.000 jaar; kalium-argon tot miljarden jaren.

Wat fossielen ons leren

  • Geschiedenis van soorten — wanneer ze verschenen, wanneer ze uitstierven.
  • Evolutionaire overgangen (Archaeopteryx tussen dinosauriër en vogel; Tiktaalik tussen vis en landdier).
  • Vroeg klimaat — koraalfossielen tonen waar ondiepe zeeën waren.
  • Massa-uitstervingen — zoals het einde van de dinosauriërs 66 miljoen jaar geleden.

Verwante begrippen

Verder lezen