Bij een slingerend voorwerp is de amplitude de grootste afstand tussen de slinger en zijn rustpositie. Bij een geluidsgolf bepaalt de amplitude hoe luid het geluid klinkt; bij een lichtgolf bepaalt ze de intensiteit. De amplitude wordt gemeten in eenheden die passen bij de uitwijking — meter voor mechanische trillingen, pascal voor geluidsdruk, volt of ampère voor elektrische signalen.
Niet te verwarren met frequentie: frequentie zegt hoe snel een trilling heen-en-weer gaat, amplitude zegt hoe ver. Een gitaarsnaar die hard wordt aangeslagen heeft een grote amplitude (hard geluid); de toonhoogte wordt door de frequentie bepaald.
In welke discipline?
Natuurkunde — trillingen, golven en optica.